Feedback (FPA1) – Toelichting 1 (100)

Procesgrafiek

In deze grafiek vind je het schrijfproces bij een tekst met score 100.

Maiko Bergman TQ 100.png

Toelichting 4 aandachtspunten

1. Tijdsgebruik: lees-, denk- en schrijftijd

De schrijver heeft 84% van de taaktijd benut om de taak uit te werken (totale procestijd: 41:57 [T]). Van de beschikbare 50 minuten heeft de schrijver 42 minuten aan de taak gewerkt. Hiervan was hij 26 min 11 sec actief aan het schrijven en 15 min 46 sec aan het lezen en nadenken. Hij was dus gemiddeld 37.60% van de tijd aan het lezen of nadenken. Het percentage denk- en leestijd is het hoogst aan het einde van het schrijfproces. Van alle tijd waarin de schrijver aan het denken en lezen is, vindt 41.25% plaats aan het einde van de taak (t.o.v. 32.30% in het begin en 26.45% in het midden).

2. Productie en vlotheid

De vlotheid van tekstproductie ligt het hoogst in het midden van de taak bij deze schrijver [P2]. De schrijver typt dan 122 letters per minuut (tegenover 74 letters per minuut in het begin en 48 letters per minuut op het einde). In het begin leest de schrijver eerst 5 minuten onafgebroken in de verschillende bronnen [B1]. Na ongeveer 5 minuten begint hij echt te schrijven. Na het begin is 30.39% van de tekst af en na het midden is 80.36% van de tekst klaar. Dat betekent dat aan het einde nog iets minder dan 20% van de tekst geschreven wordt. In vergelijking met het begin, leest de schrijver in het midden van het proces minder (lang in) bronnen en kan daardoor ook meer en vlotter schrijven. Aan het einde van het proces past de schrijver zijn tekst aan waardoor hij minder tekst produceert en minder vlot schrijft [R1-3].

3. Revisiegedrag

De schrijver reviseert voornamelijk in het derde deel van het schrijfproces. De blauwe proceslijn en de groene productlijn lopen steeds iets verder uit elkaar. Dit komt door kleine aanpassingen (verwijderingen) tijdens het schrijven van de tekst. Het percentage geschreven tekst dat in de uiteindelijke tekst bewaard is gebleven is 63.96%. Aan het einde van het proces gaat de schrijver 3 keer terug naar eerdere stukken in de tekst [R1-3] (de groene stippellijn duidt aan waar in de tekst de schrijver aan het werken is). Aan het begin van de derde fase in het proces herleest de schrijver de bronnen en de eigen synthesetekst [R1]. De blauwe proceslijn loopt horizontaal dus er wordt geen tekst geproduceerd. Daarna gaat de schrijver enkele stukjes tekst herschrijven [R2-3].

4. Brongebruik en bronwissels

De schrijver heeft vooral in het begin van de taak tijd besteed aan de bronnen [B1]. Van alle tijd die de schrijver aan de bronnen heeft besteed, werd meer dan de helft van de tijd (57.94%) in het begin besteed. In het midden was dit 20.15% en aan het einde 21.90%. In het midden en aan het einde van het proces switchte de schrijver iets meer dan 1 keer per minuut tussen de bronnen en de eigen synthesetekst. In het begin was dit iets minder aangezien de schrijver daar langere tijd onafgebroken in de verschillend bronnen leest [B1]. De schrijver switcht in elke fase van het proces geregeld tussen de bronnen en de eigen tekst [B1-3]. De switches in het midden zijn talrijk, maar zijn wel kort. De schrijver besteedt langere momenten in de eigen synthesetekst en richt zich dus in het midden van het proces op de tekstproductie [B2].

Klaar met het bekijken van deze toelichtingen? Ga verder met de volgende stappen van de feedback.