Feedback (FPA1) – Toelichting 1 (150)

Procesgrafiek

In deze grafiek vind je het schrijfproces bij een tekst met score 150.

Schrijfproces-test.png

Toelichting 4 aandachtspunten

1. Tijdsgebruik: lees-, denk- en schrijftijd

De schrijver heeft 85% van de taaktijd benut om de taak uit te werken (totale procestijd: 42:58 [T]). Van de beschikbare 50 minuten heeft de schrijver 43 minuten aan de taak gewerkt. Hiervan was zij 31 min 49 sec actief aan het schrijven en 11 min 08 sec aan het lezen en nadenken. Ze was dus gemiddeld 25.9% van de tijd aan het lezen of nadenken. Het percentage denk- en leestijd neemt alsmaar af tijdens de taak. Aan het begin van de schrijftaak denkt en leest de schrijver bijna 2 keer zoveel dan aan het einde (44.49% begin, t.o.v. 23.56% aan het einde van de taak).

2. Productie en vlotheid

De vlotheid van tekstproductie ligt het hoogst in het midden van de taak bij deze schrijver [P2]. De schrijver leest eerst 4 minuten onafgebroken in de verschillende bronnen [B1] en begint na ongeveer zes minuten echt te schrijven. Na het begin is 27.7% van de tekst af en na het midden is 71% van de tekst klaar. Dat betekent dat aan het einde van de tekst nog 28% van de tekst geschreven wordt. De schrijver leest ook minder in de bronnen aan het einde en kan daardoor vlotter schrijven. In het midden en einde van de taak leest de schrijver ook minder (lang in) bronnen en kan daardoor ook meer schrijven [B2].

3. Revisiegedrag

De schrijver reviseert voornamelijk in het derde deel van het schrijfproces. De blauwe proceslijn en de groene productlijn lopen steeds iets verder uit elkaar. Dit komt door kleine aanpassingen (verwijderingen) tijdens het schrijven van de tekst. Het percentage geschreven tekst dat in de uiteindelijke tekst bewaard is gebleven is 46.46%. In het einde van het proces gaat de schrijver 3 keer terug naar eerdere stukken in de tekst [R1-3]. Het gaat hier echt om herschrijven van de tekst. De tekstlengte (groene productlijn) neemt niet echt toe. Af en toe bekijkt de schrijver nog even iets in enkele bronnen.

4. Brongebruik en bronwissels

De schrijver heeft vooral in het begin van de taak veel tijd besteed aan de bronnen [B1]. Van alle tijd die de schrijver aan de bronnen heeft besteed, werd bijna driekwart van de tijd (71.70%) in het begin besteed. In het midden was dit 17.94% en aan het einde 10.36%. In het begin en einde switchte de schrijver iets meer dan 1 keer per minuut tussen de bronnen en de eigen synthesetekst. In het middendeel was dit iets minder (0.84 switches per minuut). Hier bekijkt de schrijver ook een hele tijd geen enkele bron [B2] en besteedt zij enkel aandacht aan tekstproductie.

Klaar met het bekijken van deze toelichtingen? Ga verder met de volgende stappen van de feedback.