Feedback (FPA1) – Toelichting 1 (50)

Procesgrafiek

In deze grafiek vind je het schrijfproces bij een tekst met score 50.

Olle van Holthoorn TQ 50

Toelichting 4 aandachtspunten

1. Tijdsgebruik: lees-, denk- en schrijftijd

De schrijver heeft 42% van de taaktijd benut om de taak uit te werken (totale procestijd: 21:35 [T]). Van de beschikbare 50 minuten heeft de schrijver 21 minuten aan de taak gewerkt. Hiervan was hij 13 min 44 sec actief aan het schrijven en 7 min 50 sec aan het lezen en nadenken. Hij was dus gemiddeld 36.32% van de tijd aan het lezen of nadenken. Het percentage lees- en denktijd is het hoogst aan het begin van de taak (46.99%). In het begin van de schrijftaak denkt en leest de schrijver bijna 2 keer zoveel als in het midden (24.63%); 28.38% van de lees- en denktijd vindt plaats op het einde van het proces.

2. Productie en vlotheid

De vlotheid van tekstproductie ligt het hoogst in het midden van de taak bij deze schrijver [P2]. In het midden van het proces typt de schrijver 150 letters per minuut en aan het einde 95 letters per minuut. Het tempo in het begin daarentegen is heel wat lager, namelijk 31 letters per minuut. De schrijver leest eerst 5 minuten onafgebroken in de verschillende bronnen [B1] waardoor de tekstproductie in het begin laag is. Na 5 minuten begint hij te schrijven. Na het begin is 10.89% van de tekst af en na het midden is 63.43% van de tekst klaar. Dat betekent dat aan het einde nog 36.57% van de tekst geschreven wordt. De schrijver leest bijna niet meer in de bronnen in het midden en aan het einde van het proces en kan daardoor vlotter schrijven [B2].

3. Revisiegedrag

De schrijver reviseert enkel in het derde deel van het schrijfproces. De blauwe proceslijn en de groene productlijn lopen steeds iets verder uit elkaar. Het gaat hier slechts om een paar kleine aanpassingen (verwijderingen) tijdens het schrijven van de tekst. De twee lijnen lopen namelijk niet ver uit elkaar. Het percentage geschreven tekst dat in de uiteindelijke tekst bewaard is gebleven is 80.78%. Aan het einde van het proces gaat de schrijver 2 keer terug naar eerdere stukken in de tekst (de groene stippellijn duidt aan waar in de tekst de schrijver aan het werken is). Het gaat hier 1 keer om een heel kleine aanpassing [R1] en 1 keer om het toevoegen van tekst (de groene productlijn neemt toe) in het midden van het tekstdocument [R2]. De toevoeging van tekst gebeurt nadat de schrijver kort nog een bron bekijkt [B3].

4. Brongebruik en bronwissels

De schrijver heeft vooral in het begin van de taak veel tijd besteed aan de bronnen [B1]. Van alle tijd die de schrijver aan de bronnen heeft besteed, werd 86.55% in het begin besteed. In het midden heeft de schrijver zo goed als geen tijd besteed aan de bronnen, namelijk slechts 0.85% van de tijd. Aan het einde was dit 12.60%. De schrijver switchte heel weinig tussen de bronnen en de eigen synthesetekst. In het begin en aan het einde van het proces switchte de schrijver 0.69 keer per minuut. Vooral in het midden waren er zeer weinig switches tussen de bronnen en de synthesetekst, namelijk 0.14 switches per minuut. Hier bekijkt de schrijver ook een hele tijd geen enkele bron [B2] en besteedt hij enkel aandacht aan tekstproductie.

Klaar met het bekijken van deze toelichtingen? Ga verder met de volgende stappen van de feedback.