Feedback (FPA1) – Toelichting 2 (100)

Procesgrafiek

In deze grafiek vind je het schrijfproces bij een tekst met score 100.

Bodille Blomaard TQ 100

Toelichting 4 aandachtspunten

1. Tijdsgebruik: lees-, denk- en schrijftijd

De schrijver heeft 84% van de taaktijd benut om de taak uit te werken (totale procestijd: 41:49 [T]). Van de beschikbare 50 minuten heeft de schrijver 42 minuten aan de taak gewerkt. Hiervan was zij 33 min 23 sec actief aan het schrijven en 8 min 25 sec aan het lezen en nadenken. Ze was dus gemiddeld 20.13% van de tijd aan het lezen of nadenken. Het percentage denk- en leestijd neemt alsmaar af tijdens de taak. Aan het begin van de schrijftaak denkt en leest de schrijver ongeveer 10% meer dan aan het einde (38.54% in het begin, t.o.v. 28.02% aan het einde van de taak). 

2. Productie en vlotheid

De vlotheid van tekstproductie ligt het hoogst in het midden van de taak bij deze schrijver [P2]. De schrijver typt dan 66 letters per minuut (tegenover 47 letters per minuut in het begin en 51 letters per minuut op het einde). In het begin leest de schrijver eerst 5 minuten onafgebroken in de verschillende bronnen [B1]. Na ongeveer 5 minuten begint ze echt te schrijven. Na het begin is 28.82% van de tekst af en na het midden is 68.90% van de tekst klaar. Dat betekent dat aan het einde nog 31.10% van de tekst geschreven wordt. De schrijver leest gedurende het volledige proces regelmatig in de bronnen [B1-3]waardoor het schrijftempo nooit echt hoog ligt.

3. Revisiegedrag

De schrijver reviseert voornamelijk in het derde deel van het schrijfproces. De blauwe proceslijn en de groene productlijn lopen steeds iets verder uit elkaar. Dit komt door kleine aanpassingen (verwijderingen) tijdens het schrijven van de tekst. Het percentage geschreven tekst dat in de uiteindelijke tekst bewaard is gebleven is 71.43%. Aan het einde van het proces gaat de schrijver 2 keer terug naar eerdere stukken in de tekst [R1-2] (de groene stippellijn duidt aan waar in de tekst de schrijver aan het werken is). Het gaat hier om een toevoeging midden in de tekst [R1] en het aanpassen en herschrijven van een eerder geschreven stuk tekst [R2]. De tekstlengte (groene productlijn) neemt bij de eerste revisie nog toe, maar niet bij de tweede. Voorafgaand aan de eerste revisie, bekijkt de schrijver nog enkele bronnen en voorafgaand aan de tweede revisie herleest ze de eigen synthesetekst (de blauwe proceslijn en de groene productlijn lopen horizontaal, er wordt geen tekst geproduceerd).

4. Brongebruik en bronwissels

De schrijver heeft vooral in het begin van de taak veel tijd besteed aan de bronnen [B1]. Van alle tijd die de schrijver aan de bronnen heeft besteed, werd bijna meer dan de helft van de tijd (54.47%) in het begin besteed. In het midden was dit 26.10% en aan het einde 19.43%. Het aantal switches tussen de bronnen en de eigen synthesetekst varieert erg over het proces. De schrijver switchte het vaakst in het midden van de schrijftaak tussen de bronnen en de eigen synthesetekst (2.29 switches per minuut). In het begin was dit veel minder (0.93 switches per minuut). Op het einde switchte de schrijver gemiddeld 1.72 keer per minuut. In het midden kopieert de schrijver geregeld stukjes tekst uit de bronnen om die dan in de eigen synthesetekst te plakken (de blauwe proceslijn en de groene productlijn gaan dan loodrecht omhoog). De gekopieerde stukjes worden dan herschreven om zo in de eigen synthesetekst te verwerken.

Klaar met het bekijken van deze toelichtingen? Ga verder met de volgende stappen van de feedback.