Feedback (FPA1) – Toelichting 2. (50)

Procesgrafiek

In deze grafiek vind je het schrijfproces bij een tekst met score 50.

ayla langohr TQ 50

Toelichting 4 aandachtspunten

1. Tijdsgebruik: lees-, denk- en schrijftijd

De schrijver heeft 86% van de taaktijd benut om de taak uit te werken (totale procestijd: 43:17 [T]). Van de beschikbare 50 minuten heeft de schrijver 43 minuten aan de taak gewerkt. Hiervan was zij 33 min 12 sec actief aan het schrijven en 10 min 04 sec aan het lezen en nadenken. Ze was dus gemiddeld 23.28% van de tijd aan het lezen of nadenken. Het percentage lees- en denktijd is het hoogst aan het begin van de taak (43.37%). In het begin van de schrijftaak denkt en leest de schrijver aanzienlijk meer dan in het midden (26.69%) en op het einde van het proces (29.94%).

2. Productie en vlotheid

De vlotheid van tekstproductie ligt het hoogst in het midden van de taak bij deze schrijver [P2]. De schrijver leest de eerste 7 minuten voornamelijk de verschillende bronnen [B1] waardoor de tekstproductie in het begin laag is. Ze noteert korte stukjes tekst in de eigen synthesetekst. Na 7 minuten begint ze echt te schrijven. Na het begin is 33.83% van de tekst af en na het midden is 85.57% van de tekst klaar. Dat betekent dat aan het einde nog 14.43% van de tekst geschreven wordt. Op het einde van het proces typt de schrijver 27 letters per minuut. Dit is heel wat minder vlot dan in het begin (62 letters per minuut) en het midden van het proces (94 letters per minuut). Aan het einde van het proces neemt de tekstlengte (groene productlijn) niet echt meer toe. De schrijver doet wat aanpassingen, het gaat hier om het herschrijven van de tekst. Er is tijdens het proces geen moment waarop de schrijver enkel focust op een vlotte tekstproductie aangezien ze gedurende het hele proces terugkeert naar de bronnen [B2-3].

3. Revisiegedrag

De schrijver reviseert voornamelijk in het midden en aan het einde van het schrijfproces. De blauwe proceslijn en de groene productlijn lopen steeds iets verder uit elkaar. Dit komt door kleine aanpassingen (verwijderingen) tijdens het schrijven van de tekst. Het percentage geschreven tekst dat in de uiteindelijke tekst bewaard is gebleven is 65.14%. Zowel in het midden als aan het einde van het proces gaat de schrijver terug naar eerdere stukken in de tekst (de groene stippellijn duidt aan waar in de tekst de schrijver aan het werken is). Het gaat hier 1 keer om het toevoegen van tekst (de groene productlijn neemt toe) in het midden van het tekstdocument [R1] en 1 keer om kleinere aanpassingen op verschillende plaatsen in de tekst [R2].

4. Brongebruik en bronwissels

De schrijver heeft gedurende de volledige taak veel tijd besteed aan de bronnen [B1-3]. Van alle tijd die de schrijver aan de bronnen heeft besteed, werd 50.81% in het begin besteed. Ook in het midden heeft de schrijver veel tijd besteed aan de bronnen, namelijk 30.71%. Aan het einde was dit 17.49%. De schrijver switchte gedurende het hele proces vaak tussen de bronnen en de eigen synthesetekst. In het midden switchte ze meer dan 2 keer per minuut (2.63 switches per minuut), maar ook in het begin (1.73 switches per minuut) en aan het einde (1.39 switches per minuut) wisselde de schrijver vaak tussen de eigen synthesetekst en de bronnen. De schrijver spendeert veel tijd aan het lezen van de bronnen, waardoor er op die momenten minder aandacht is voor tekstproductie. Ze wisselt echter ook vaak tussen de bronnen en de eigen synthesetekst waardoor de aparte leesmomenten per bron van korte duur zijn. Soms kopieert ze een stukje uit de bronnen en plakt dat in de eigen synthesetekst (blauwe proceslijn en groene productlijn gaan loodrecht naar omhoog).

 

Klaar met het bekijken van deze toelichtingen? Ga verder met de volgende stappen van de feedback.