Feedback (FPA1) – Toelichting 2 (75)

Procesgrafiek

In deze grafiek vind je het schrijfproces bij een tekst met score 75.

Sem Koutrik TQ 75.png

Toelichting 4 aandachtspunten

1. Tijdsgebruik: lees-, denk- en schrijftijd

De schrijver heeft 88% van de taaktijd benut om de taak uit te werken (totale procestijd: 44:34 [T]). Van de beschikbare 50 minuten heeft de schrijver 44 minuten aan de taak gewerkt. Hiervan was hij 29 min 41 sec actief aan het schrijven en 14 min 52 sec aan het lezen en nadenken. Hij was dus gemiddeld 33.38% van de tijd aan het lezen of nadenken. Het percentage denk- en leestijd neemt alsmaar af tijdens de taak. Aan het begin van de schrijftaak denkt en leest de schrijver bijna 2 keer zoveel als aan het einde (47.34% in het begin, t.o.v. 25.38% aan het einde van de taak).

2. Productie en vlotheid

De vlotheid van tekstproductie ligt het hoogst aan het einde van de taak bij deze schrijver [P3]. De schrijver typt dan 70 letters per minuut (tegenover 19 letters per minuut in het begin en 62 letters per minuut in het midden). In het begin leest de schrijver bijna 10 minuten onafgebroken in de verschillende bronnen [B1]. Hierna begint hij met schrijven. Na het begin is slechts 12.13% van de tekst af en na het midden is iets meer dan de helft van de tekst klaar (53.35%). Dat betekent dat aan het einde van het proces nog 46.65% van de tekst geschreven wordt. Het schrijftempo ligt gedurende het hele proces vrij laag aangezien de schrijver in het begin voornamelijk de bronnen leest [B1] en in het midden [B2] en aan het einde [B3] heel vaak terugkeert naar de bronnen. Hierdoor is hij nooit voor een langere tijd enkel gefocust op tekstproductie in de eigen synthesetekst.

3. Revisiegedrag

De schrijver reviseert voornamelijk in het derde deel van het schrijfproces. De blauwe proceslijn en de groene productlijn lopen steeds iets verder uit elkaar. Dit komt door kleine aanpassingen (verwijderingen) tijdens het schrijven van de tekst. Het percentage geschreven tekst dat in de uiteindelijke tekst bewaard is gebleven is 69.02%. Aan het einde van het proces gaat de schrijver terug naar een eerder geschreven stuk in de tekst [R1] (de groene stippellijn duidt aan waar in de tekst de schrijver aan het werken is). Het gaat hier om het toevoegen van tekst (de groene productlijn neemt toe) in het midden van het tekstdocument. De andere revisies zijn slechts kleine aanpassingen [R2].

4. Brongebruik en bronwissels

De schrijver heeft vooral in het begin van de taak veel tijd besteed aan de bronnen [B1]. Van alle tijd die de schrijver aan de bronnen heeft besteed, werd de helft van de tijd (51.94%) in het begin besteed. In het midden was dit 26.95% en aan het einde 21.11%. Het aantal switches tussen de bronnen en de eigen synthesetekst ligt gedurende het hele proces hoog en neemt ook toe naarmate het proces vordert. In het begin switchte de schrijver iets meer dan 2 keer per minuut tussen de bronnen en de eigen synthesetekst. In het middendeel was dit al dubbel zo veel [B2] en op het einde switchte hij zelfs meer dan 6 keer per minuut [B3]. In het begin leest de schrijver dus gedurende lange tijd in de bronnen en in het midden aan het einde keert hij tijdens het schrijven van de synthesetekst voortdurend terug naar de bronnen.

Klaar met het bekijken van deze toelichtingen? Ga verder met de volgende stappen van de feedback.