Feedback (FPA2) – Toelichting 1 (50)

Procesgrafiek

In deze grafiek vind je het schrijfproces bij een tekst met score 50.

Pieter Timmerman

Toelichting 4 aandachtspunten

1. Tijdsgebruik: lees-, denk- en schrijftijd

De schrijver heeft 97% van de taaktijd benut om de taak uit te werken (totale procestijd: 48:44 [T]). Van de beschikbare 50 minuten heeft de schrijver 49 minuten aan de taak gewerkt. Hiervan was hij 29 min 21 sec actief aan het schrijven en 19 min 23 sec aan het lezen en nadenken. Hij was dus gemiddeld 39.78% van de tijd aan het lezen of nadenken. Het percentage denk- en leestijd neemt alsmaar af tijdens de taak. Van alle tijd waarin de schrijver denkt en leest, vindt 37.81% van de tijd plaats in het begin van de taak (t.o.v. 34.10% in het midden en 28.10% aan het einde van de taak).

2. Productie en vlotheid

De vlotheid van tekstproductie ligt het hoogst op het einde van de taak bij deze schrijver [P3]. De schrijver typt dan 71 letters per minuut (tegenover 17 letters per minuut in het begin en 64 letters per minuut in het midden). In het begin leest de schrijver eerst 10 minuten onafgebroken in de verschillende bronnen [B1]. Daarna begint hij echt te schrijven. Na het begin is 10.9% van de tekst af en na het midden is 53.2% van de tekst klaar. Dat betekent dat aan het einde nog 46.8% van de tekst geschreven wordt. In het midden en einde van de taak leest de schrijver ook minder (lang in) bronnen en kan daardoor ook meer en vlotter schrijven [B2].

3. Revisiegedrag

De schrijver reviseert voornamelijk in het begin van het schrijfproces. Na een tweetal minuten schrijven, haalt de schrijver alles wat hij tot dan toe getypt heeft opnieuw weg [R1] (de groene productlijn staat onderaan op 0 letters). De blauwe proceslijn en de groene productlijn lopen nog verder uit elkaar vanaf minuut 15 [R2] omdat de schrijver daar enkele dingen uit zijn eigen tekst knipt en op een andere plaats in zijn document plakt (de blauwe proceslijn gaat loodrecht omhoog, de groene productlijn niet; de groene stippellijn toont waar in het document de schrijver aan het werk is). Verder in het proces gebeuren er weinig revisies. De blauwe proceslijn en de groene productlijn lopen namelijk verder parallel. Er wordt dus niet veel meer getypt tijdens het proces dan dat er in de uiteindelijke tekst belandt. Het percentage geschreven tekst dat in de uiteindelijke tekst bewaard is gebleven is 59.80%. In het midden en aan het einde vinden een paar kleine revisies plaats [R3-5].

4. Brongebruik en bronwissels

De schrijver heeft vooral in het begin van de taak veel tijd besteed aan de bronnen [B1]. Van alle tijd die de schrijver aan de bronnen heeft besteed, werd ruim tweederde van de tijd (67.53%) in het begin besteed. In het midden was dit 20.38% en aan het einde 12.09%. In het begin en einde switchte de schrijver minder dan 1 keer per minuut tussen de bronnen en de eigen synthesetekst. In het middendeel [B2] was dit aanzienlijk meer (1.54 switches per minuut). De laatste 5 minuten van het schrijfproces bekijkt de schrijver geen enkele bron [B3] en besteedt hij enkel aandacht aan tekstproductie.

Klaar met het bekijken van deze toelichtingen? Ga verder met de volgende stappen van de feedback.