Feedback (FPA2) – Toelichting 1. (75)

Procesgrafiek

In deze grafiek vind je het schrijfproces bij een tekst met score 75.

Sofyan Al Hanati TQ75.png

Toelichting 4 aandachtspunten

1. Tijdsgebruik: lees-, denk- en schrijftijd

De schrijver heeft 61% van de taaktijd benut om de taak uit te werken (totale procestijd: 30:40 [T]). Van de beschikbare 50 minuten heeft de schrijver ongeveer 31 minuten aan de taak gewerkt. Hiervan was hij 24 min 31 sec actief aan het schrijven en 06 min 08 sec aan het lezen en nadenken. Hij was dus gemiddeld 20.03% van de tijd aan het lezen of nadenken. Het percentage denk- en leestijd is vrij gelijkmatig verdeeld over het proces. Het neemt geleidelijk aan toe tijdens de taak. Aan het begin van de schrijftaak denkt en leest de schrijver 30.21% van de tijd, in het midden 32.85% en 36.94% aan het einde van de taak.

2. Productie en vlotheid

De vlotheid van tekstproductie ligt het hoogst in het midden van de taak bij deze schrijver [P2]. De schrijver typt dan 78 letters per minuut (tegenover 66 letters per minuut in het begin en 63 letters per minuut op het einde). De schrijver is vanaf het begin actief aan het schrijven. Hij wisselt korte schrijfmomenten af met lezen in de bronnen voor korte periodes [B1]. Na het begin is 31.8% van de tekst af en na het midden is 69.4% van de tekst klaar. Dat betekent dat aan het einde van de tekst nog 30.6% van de tekst geschreven wordt. Tijdens heel het proces leest de schrijver vaak in de bronnen. Enkel op het einde werkt hij voor 2.5 minuten onafgebroken aan de synthesetekt [B3].

3. Revisiegedrag

De schrijver reviseert voornamelijk in het derde deel van het schrijfproces. De blauwe proceslijn en de groene productlijn lopen steeds iets verder uit elkaar. Dit komt door kleine aanpassingen (verwijderen van tekst) tijdens het schrijven van de tekst. Het percentage geschreven tekst dat in de uiteindelijke tekst bewaard is gebleven is 59.77%. Aan het einde van het proces gaat de schrijver 2 keer terug naar eerdere stukken in de tekst [R1-2] (de groene stippellijn duidt aan waar in de tekst de schrijver aan het werken is). Het gaat hier 1 keer om het toevoegen van tekst midden in het tekstdocument [R1] en 1 keer om het herschrijven van een eerder geschreven stukje tekst [R2]. De tekstlengte (groene productlijn) neemt bij [R1] toe, maar bij [R2] niet. Daar wordt dus bestaande tekst aangepast (een deel wordt verwijderd en vervangen door andere tekst). Regelmatig bekijkt de schrijver nog even iets in enkele bronnen.

4. Brongebruik en bronwissels

De schrijver heeft vooral in het begin van de taak veel tijd besteed aan de bronnen [B1]. Van alle tijd die de schrijver aan de bronnen heeft besteed, werd 41.2% van de tijd in het begin besteed. In het midden was dit 38.6% en aan het einde 20.2%. In het begin switchte de schrijver iets meer dan 4,5 keer per minuut tussen de bronnen en de eigen synthesetekst. In het middendeel en op het einde was dit iets minder (3.71 en 3.91 switches per minuut). Gedurende het hele proces switcht de schrijver dus heel vaak tussen de eigen synthesetekst en de verschillende bronnen. De schrijver bekijkt enkel in de laatste vijf minuten een hele tijd geen enkele bron [B3]. Helemaal aan het einde besteedt hij dus enkel aandacht aan tekstproductie.

Klaar met het bekijken van deze toelichtingen? Ga verder met de volgende stappen van de feedback.