Feedback (FPA2) – Toelichting 2. (100)

Procesgrafiek

In deze grafiek vind je het schrijfproces bij een tekst met score 100.

Daan van Daalen TQ 100.png

Toelichting 4 aandachtspunten

1. Tijdsgebruik: lees-, denk- en schrijftijd

De schrijver heeft 57% van de taaktijd benut om de taak uit te werken (totale procestijd: 28:45 [T]). Van de beschikbare 50 minuten heeft de schrijver 29 minuten aan de taak gewerkt. Hiervan was hij 22 min 08 sec actief aan het schrijven en 6 min 37 sec aan het lezen en nadenken. Hij was dus gemiddeld 23.01% van de tijd aan het lezen of nadenken. Het percentage denk- en leestijd neemt alsmaar af tijdens de taak. Aan het begin van de schrijftaak denkt en leest de schrijver 2 keer zoveel als aan het einde (49.03% in het begin, t.o.v. 23.94% aan het einde van de taak).

2. Productie en vlotheid

De vlotheid van tekstproductie ligt het hoogst op het einde van de taak bij deze schrijver [P3]. De schrijver typt dan 93 letters per minuut (tegenover 49 letters per minuut in het begin en 87 letters per minuut in het midden). In het begin leest de schrijver eerst ruim 6 minuten bijna onafgebroken in de verschillende bronnen [B1]. Daarna begint hij echt te schrijven. Na het begin is 21.4% van de tekst af en na het midden is 59.3% van de tekst klaar. Dat betekent dat aan het einde nog 40.7% van de tekst geschreven wordt. In het midden en vooral aan het einde van de taak leest de schrijver ook minder (lang in) bronnen en kan daardoor ook meer en vlotter schrijven [B2].

3. Revisiegedrag

De schrijver reviseert voornamelijk in het derde deel van het schrijfproces. De blauwe proceslijn en de groene productlijn lopen steeds iets verder uit elkaar. Het gaat hier slechts om een paar kleine aanpassingen (verwijderingen) tijdens het schrijven van de tekst. De twee lijnen lopen namelijk niet ver uit elkaar. Het percentage geschreven tekst dat in de uiteindelijke tekst bewaard is gebleven is 84.71%. In het midden en aan het einde van het proces gaat de schrijver twee keer terug naar eerdere stukken in de tekst (de groene stippellijn duidt aan waar in de tekst de schrijver aan het werken is). Bij de eerste revisie [R1] gaat het echt om nieuwe tekstproductie waar de schrijver zeker 4 minuten aan werkt. Ook aan het eind gaat de schrijver terug in de tekst [R2], maar hier wordt geen nieuwe tekst geproduceerd of tekst verwijderd. De tekstlengte (groene productlijn) neemt niet toe.

4. Brongebruik en bronwissels

De schrijver heeft vooral in het begin van de taak veel tijd besteed aan de bronnen [B1]. Van alle tijd die de schrijver aan de bronnen heeft besteed, werd bijna twee derde van de tijd (65.19%) in het begin besteed. In het midden was dit 26.17% en aan het einde 8.64%. In het begin switchte de schrijver iets meer dan 1 keer per minuut tussen de bronnen en de eigen synthesetekst. In het middendeel was dit iets meer (1.77 switches per minuut). Aan het einde waren er minder switches (0.73 switches per minuut). Hier bekijkt de schrijver ook een hele tijd geen enkele bron [B2] en besteedt hij enkel aandacht aan tekstproductie en herlezen van de eigen tekst.

Klaar met het bekijken van deze toelichtingen? Ga verder met de volgende stappen van de feedback.