Feedback (FPA2) – Toelichting 2. (125)

Procesgrafiek

In deze grafiek vind je het schrijfproces bij een tekst met score 125.

Noor Dröge TQ125.png

Toelichting 4 aandachtspunten

1. Tijdsgebruik: lees-, denk- en schrijftijd

De schrijver heeft 78% van de taaktijd benut om de taak uit te werken (totale procestijd: 38:47 [T]). Van de beschikbare 50 minuten heeft de schrijver bijna 39 minuten aan de taak gewerkt. Hiervan was zij 27 min 19 sec actief aan het schrijven en 11 min 28 sec aan het lezen en nadenken. Ze was dus gemiddeld 29.58% van de tijd aan het lezen of nadenken. Het percentage denk- en leestijd is het hoogst in het begin van de taak (36.85% van de denk- en leestijd vindt plaats in het begin van het proces, t.o.v. 30.74% in het midden en 32.41% aan het einde van de taak).

2. Productie en vlotheid

De vlotheid van tekstproductie ligt het hoogst aan het einde van de taak bij deze schrijver [P3]. De schrijver typt dan 75 letters per minuut. Dit is bijna gelijk aan het tempo van het tweede deel van het proces (72 letters per minuut) en sneller dan het tempo in het begin (39 letters per minuut). In het begin leest de schrijver eerst 2 minuten onafgebroken in de verschillende bronnen [B1]. Daarna maakt ze kort enkele aantekeningen in het eigen tekstdocument. Na ongeveer 4 minuten begint ze echt te schrijven. Na het begin is 20.82% van de tekst af en na het midden is 59.66% van de tekst klaar. Dat betekent dat aan het einde nog 40.34% van de tekst geschreven wordt. In het midden en einde van de taak leest de schrijver ook minder (lang in) bronnen en kan daardoor ook meer en vlotter schrijven.

3. Revisiegedrag

De schrijver reviseert gedurende het hele schrijfproces. De blauwe proceslijn en de groene productlijn lopen steeds iets verder uit elkaar. Het gaat hier slechts om enkele kleine aanpassingen (verwijderingen) tijdens het schrijven van de tekst. De twee lijnen lopen namelijk niet ver uit elkaar. Het percentage geschreven tekst dat in de uiteindelijke tekst bewaard is gebleven is 84.17%. Zowel in het begin [R1], midden [R2] als aan het einde [R3] van het proces gaat de schrijver soms terug naar een eerder geschreven stuk tekst om aanpassingen te doen (de groene stippellijn duidt aan waar in de tekst de schrijver aan het werken is). Het gaat telkens om snelle en kleine aanpassingen.

4. Brongebruik en bronwissels

De schrijver heeft vooral in het begin van de taak veel tijd besteed aan de bronnen [B1]. Van alle tijd die de schrijver aan de bronnen heeft besteed, werd bijna de helft van de tijd (48.57%) in het begin besteed. In het midden was dit 30.68% en aan het einde 20.75%. Zowel in het begin, midden [B2] als einde [B3] van het proces switchte de schrijver bijna 2 keer per minuut tussen de bronnen en de eigen synthesetekst. Gedurende het hele proces keert de schrijver dus geregeld terug naar de bronnen tijdens het schrijven. Het gaat meestal om heel korte momenten in de bronnen die gevolgd worden door iets langere schrijfmomenten in de eigen synthesetekst.

Klaar met het bekijken van deze toelichtingen? Ga verder met de volgende stappen van de feedback.