Feedback (FPA2) – Toelichting 2 (50)

Procesgrafiek

In deze grafiek vind je het schrijfproces bij een tekst met score 50.

Hannah Hox.png

Toelichting 4 aandachtspunten

1. Tijdsgebruik: lees-, denk- en schrijftijd

De schrijver heeft 89% van de taaktijd benut om de taak uit te werken (totale procestijd: 44:25 [T]). Van de beschikbare 50 minuten heeft de schrijver 44 minuten aan de taak gewerkt. Hiervan was zij 21 min 05 sec actief aan het schrijven en 23 min 19 sec aan het lezen en nadenken. Ze was dus gemiddeld 52.51% van de tijd aan het lezen of nadenken. Het percentage denk- en leestijd is het hoogst in het midden van het schrijfproces (39.26%). Aan het begin van de schrijftaak denkt en leest de schrijver ongeveer net zoveel als aan het einde (31.93 % in het begin, 28.81% aan het einde van de taak).

2. Productie en vlotheid

De vlotheid van tekstproductie ligt het hoogst in het midden van de taak bij deze schrijver [P2]. De schrijver typt dan 39 letters per minuut (tegenover 15 letters per minuut in het begin en 26 letters per minuut op het einde). In het begin leest de schrijver eerst 12 minuten onafgebroken in de verschillende bronnen [B1]. Vervolgens begint ze echt te schrijven. Na het begin is 18.9% van de tekst af en na het midden is 67.4% van de tekst klaar. Dat betekent dat aan het einde nog 32.6% van de tekst geschreven wordt. Het schrijftempo ligt gedurende het hele proces vrij laag aangezien de schrijver in het begin voornamelijk de bronnen leest [B1], in het midden ook lange tijd leest [B2] en aan het einde vrij vaak terugkeert naar de bronnen [B3]. Hierdoor is ze bijna nooit voor een langere tijd enkel gefocust op tekstproductie in de eigen synthesetekst. Gedurende het hele proces zijn er geregeld periodes waarin er geen tekstproductie plaatsvindt (de blauwe proceslijn en de groene productlijn lopen horizontaal).

3. Revisiegedrag

De schrijver reviseert zo goed als niet tijdens het schrijfproces. De blauwe proceslijn en de groene productlijn lopen het gehele proces dicht bij elkaar. De schrijver kopieert een aantal keer stukken tekst uit de bronnen. Dit zie je aan het loodrecht stijgen van de blauwe en groene lijn. In die stukken tekst werkt de schrijver en past ze dingen aan [R1]. De gekopieerde stukken verdwijnen later niet uit de synthesetekst (want dan zou de groene productlijn loodrecht terug naar beneden gaan), ze worden enkel bewerkt. Het percentage geschreven tekst dat in de uiteindelijke tekst bewaard is gebleven is 87.62%.

4. Brongebruik en bronwissels

De schrijver heeft vooral in het begin van de taak veel tijd besteed aan de bronnen [B1]. Van alle tijd die de schrijver aan de bronnen heeft besteed, werd bijna de helft van de tijd (44.36%) in het begin besteed. In het midden was dit 32.93% en aan het einde 22.72%. In het midden en einde switchte de schrijver 1 keer per minuut tussen de bronnen en de eigen synthesetekst. In het middendeel was dit iets minder (0.61 switches per minuut). Aan het einde kopieert de schrijver geregeld stukjes tekst uit de bronnen om die dan in de eigen synthesetekst te plakken (de blauwe proceslijn en de groene productlijn gaan dan loodrecht omhoog). De gekopieerde stukjes worden dan herschreven om zo in de eigen synthesetekst te verwerken. De laatste 5 minuten bekijkt de schrijver geen enkele bron [B4] en besteedt zij enkel aandacht aan tekstproductie.

Klaar met het bekijken van deze toelichtingen? Ga verder met de volgende stappen van de feedback.