Feedback (FPA2) – Toelichting 2. (75)

Procesgrafiek

In deze grafiek vind je het schrijfproces bij een tekst met score 75.

Nathaniel Germain TQ 75.png

Toelichting 4 aandachtspunten

1. Tijdsgebruik: lees-, denk- en schrijftijd

De schrijver heeft 57% van de taaktijd benut om de taak uit te werken (totale procestijd: 28:38 [T]). Van de beschikbare 50 minuten heeft de schrijver ongeveer 29 minuten aan de taak gewerkt. Hiervan was hij 23 min 43 sec actief aan het schrijven en 04 min 54 sec aan het lezen en nadenken. Hij was dus gemiddeld 17.13% van de tijd aan het lezen of nadenken. Het percentage denk- en leestijd neemt alsmaar af tijdens de taak. Aan het begin van de schrijftaak denkt en leest de schrijver 10% meer dan aan het einde (38.11% begin, t.o.v. 29.72% aan het einde van de taak).

2. Productie en vlotheid

De vlotheid van tekstproductie ligt het hoogst in het midden van de taak bij deze schrijver [P2]. De schrijver typt dan 121 letters per minuut (tegenover 52 letters per minuut in het begin en 79 letters per minuut op het einde). In het begin leest de schrijver eerst 4 minuten onafgebroken in de verschillende bronnen [B1]. Daarna begint hij echt te schrijven. Na het begin is 20.7% van de tekst af en na het midden is 68.8% van de tekst klaar. Dat betekent dat aan het einde nog 31.2% van de tekst geschreven wordt. In het midden en aan het einde van de taak leest de schrijver ook minder (lang in) bronnen en kan daardoor ook meer en vlotter schrijven [B2-3].

3. Revisiegedrag

De schrijver reviseert voornamelijk in het tweede en derde deel van het schrijfproces. De blauwe proceslijn en de groene productlijn lopen steeds iets verder uit elkaar. Dit komt door verschillende (kleine) aanpassingen (verwijderen van tekst) tijdens het schrijven van de tekst. Soms wordt er ook een vrij groot stuk eerder geschreven tekst verwijderd [R1] (de groene productlijn gaat loodrecht naar beneden). Het percentage geschreven tekst dat in de uiteindelijke tekst bewaard is gebleven is 64.76%. Aan het einde van het proces gaat de schrijver 3 keer terug naar eerdere stukken in de tekst [R2-4] (de groene stippellijn duidt aan waar in de tekst de schrijver aan het werken is). Het gaat hier om een aantal kleine aanpassingen in de tekst.

4. Brongebruik en bronwissels

De schrijver heeft vooral in het begin van de taak veel tijd besteed aan de bronnen [B1]. Van alle tijd die de schrijver aan de bronnen heeft besteed, werd bijna twee derde van de tijd (61.21%) in het begin besteed. In het midden was dit 19.70% en aan het einde 19.09%. In het begin en aan het einde switchte de schrijver iets meer dan 1,5 keer per minuut tussen de bronnen en de eigen synthesetekst. In het middendeel was dit iets minder (1.36 switches per minuut). In het midden en aan het einde zijn er langere periodes waarin de schrijver geen enkele bron bekijkt [B2-3]. Hij besteedt dan enkel aandacht aan tekstproductie. Aan het einde wordt er een stuk tekst uit de bronnen in de eigen synthesetekst geplakt (de blauwe proceslijn en de groene productlijn gaan dan loodrecht omhoog). Op basis van het gekopieerde stuk schrijft de schrijver zelf een nieuw stuk tekst [R5]. Het gekopieerde stuk wordt daarna terug verwijderd (de groene productlijn gaat opnieuw loodrecht naar beneden).

Klaar met het bekijken van deze toelichtingen? Ga verder met de volgende stappen van de feedback.