Feedback (FPR1) – Toelichting 1. (75)

Procesgrafiek

In deze grafiek vind je het schrijfproces bij een tekst met score 75.

Amy Smink TQ 75.png

Toelichting 4 aandachtspunten

1. Tijdsgebruik: lees-, denk- en schrijftijd

De schrijver heeft 46% van de taaktijd benut om de taak uit te werken (totale procestijd: 22:56 [T]). Van de beschikbare 50 minuten heeft de schrijver bijna 23 minuten aan de taak gewerkt. Hiervan was zij 15 min 13 sec actief aan het schrijven en 07 min 43 sec aan het lezen en nadenken. Ze was dus gemiddeld 33.64% van de tijd aan het lezen of nadenken. Het percentage denk- en leestijd is het laagst in het begin van het proces (25.83%). In het midden en op het einde is het aandeel lees- en denktijd iets hoger (36.84% en 37.33%).

2. Productie en vlotheid

De vlotheid van tekstproductie ligt het hoogst in het midden van de taak bij deze schrijver [P2]. De schrijver typt dan 101 letters per minuut. Dit is sneller dan in het begin van het proces (83 letters per minuut) en dubbel zo snel als op het einde van het proces (55 letters per minuut). In het begin leest de schrijver eerst 2.5 minuten onafgebroken in de verschillende bronnen [B1]. Daarna begint ze meteen echt te schrijven. Na het begin is 34.82% van de tekst af en na het midden is 77.09% van de tekst klaar. Dat betekent dat aan het einde nog 22.90% van de tekst geschreven wordt. In het midden worden korte lees- en denkpauzes afgewisseld met korte momenten van heel snelle tekstproductie. De blauwe proceslijn en de groene productlijn lopen horizontaal (geen productie, enkel lezen en denken) en gaan daarna steil naar omhoog (snelle productie).

3. Revisiegedrag

De schrijver reviseert voornamelijk in het derde deel van het schrijfproces. De blauwe proceslijn en de groene productlijn lopen steeds iets verder uit elkaar. Het gaat hier slechts om een paar kleine aanpassingen (verwijderingen) tijdens het schrijven van de tekst. De twee lijnen lopen namelijk niet ver uit elkaar. Het percentage geschreven tekst dat in de uiteindelijke tekst bewaard is gebleven is 85.09%. Aan het einde van het proces gaat de schrijver 3 keer terug naar eerdere stukken in de tekst [R1-3] (de groene stippellijn duidt aan waar in de tekst de schrijver aan het werken is). Tijdens de eerste revisie, wordt er midden in de tekst een stuk herschreven [R1]. Daarna herleest de schrijver haar eigen tekst (de blauwe proceslijn en de groene productlijn lopen horizontaal; er is geen tekstproductie) om een paar kleine aanpassingen te maken. Af en toe bekijkt de schrijver nog even iets in enkele bronnen om daarna de tekst te reviseren.

4. Brongebruik en bronwissels

De schrijver heeft vooral in het begin van de taak veel tijd besteed aan de bronnen [B1]. Van alle tijd die de schrijver aan de bronnen heeft besteed, werd bijna de helft van de tijd (48.15%) in het begin besteed. In het midden was dit 29.34% en aan het einde 22.50%. In het begin switchte de schrijver minder dan 1 keer per minuut tussen de bronnen en de eigen synthesetekst (0.78 switches per minuut). In het midden verdubbelt het aantal switches (1.83 switches per minuut), de schrijver wisselt hier vaak af tussen lezen in de bron en schrijven of lezen van de eigen synthesetekst [B2]. Op het einde daalt het aantal switches terug (1.05 switches per minuut) en blijft de schrijver gedurende iets langere perioden in de synthesetekst werken [B3].

Klaar met het bekijken van deze toelichtingen? Ga verder met de volgende stappen van de feedback.