Feedback (FPR1) – Toelichting 2. (125)

Procesgrafiek

In deze grafiek vind je het schrijfproces bij een tekst met score 125.

Elise Westerbeek TQ 125.png

Toelichting 4 aandachtspunten

1. Tijdsgebruik: lees-, denk- en schrijftijd

De schrijver heeft 74% van de taaktijd benut om de taak uit te werken (totale procestijd: 37:05 [T]). Van de beschikbare 50 minuten heeft de schrijver 37 minuten aan de taak gewerkt. Hiervan was zij 24 min 37 sec actief aan het schrijven en 12 min 28 sec aan het lezen en nadenken. Ze was dus gemiddeld 33.64% van de tijd aan het lezen of nadenken. Het percentage denk- en leestijd is vrij gelijkmatig verdeeld over de taak. Van alle tijd waarin de schrijver aan het lezen of denken is, vindt 36.29% plaats in het begin, 33.63% in het midden en 30.08% aan het einde.

2. Productie en vlotheid

De vlotheid van tekstproductie ligt het hoogst in het midden van de taak bij deze schrijver [P2]. De schrijver typt dan 120 letters per minuut (tegenover 75 letters per minuut in het begin en 40 letters per minuut op het einde). In het begin leest de schrijver eerst 6 minuten bijna onafgebroken in de verschillende bronnen [B1]. Na ongeveer zes minuten begint ze echt te schrijven. Na het begin is 31.98% van de tekst af en na het midden is 83.19% van de tekst klaar. Dat betekent dat aan het einde nog 16.81% van de tekst geschreven wordt. In het midden en einde van de taak leest de schrijver ook minder (lang in) bronnen en kan daardoor ook meer en vlotter schrijven [B2-3].

3. Revisiegedrag

De schrijver reviseert voornamelijk in het derde deel van het schrijfproces. De blauwe proceslijn en de groene productlijn lopen steeds iets verder uit elkaar. Dit komt door kleine aanpassingen (verwijderingen) tijdens het schrijven van de tekst. Het percentage geschreven tekst dat in de uiteindelijke tekst bewaard is gebleven is 53.12%. Aan het einde van het proces gaat de schrijver enkele keren terug naar eerdere stukken in de tekst [R1-3] (de groene stippellijn duidt aan waar in de tekst de schrijver aan het werken is). Het gaat hier echt om het herschrijven van eerder geschreven stukken tekst. De tekstlengte (groene productlijn) neemt namelijk niet echt toe. Eerst gaat de schrijver op verschillende plaatsen in de synthesetekst kleine aanpassingen doen [R1], vervolgens gaat ze een eerder geschreven stuk herschrijven [R2]. Ook tijdens de laatste 5 minuten van het proces, gaat de schrijver nog een aantal kleine aanpassingen aanbrengen op verschillende plaatsen in de tekst [R3].

4. Brongebruik en bronwissels

De schrijver heeft vooral in het begin van de taak tijd besteed aan de bronnen [B1]. Van alle tijd die de schrijver aan de bronnen heeft besteed, werd meer dan vier vijfde van de tijd (86.28%) in het begin besteed. In het midden was dit 12.62% en aan het einde besteedde de schrijver zo goed als geen tijd aan de bronnen (1.09%). Gedurende het hele proces lag het aantal switches tussen de bronnen en de eigen synthesetekst laag. In het begin en het midden van het proces switchte de schrijver ongeveer een halve keer per minuut tussen de bronnen en de eigen synthesetekst. Aan het einde was dit nog minder (0.16 switches per minuut). Eenmaal aan het schrijven, besteedt de schrijver dus bijna geen tijd meer aan het lezen van de bronnen. In het midden en aan het einde zijn er lange perioden waarin de schrijver een hele tijd geen enkele bron bekijkt [B2-3] en enkel aandacht besteedt aan tekstproductie.

Klaar met het bekijken van deze toelichtingen? Ga verder met de volgende stappen van de feedback.