Feedback (FPR2) – Toelichting 1; (150)

Procesgrafiek

In deze grafiek vind je het schrijfproces bij een tekst met score 150.

Sam Kuipers TQ150

Toelichting 4 aandachtspunten

1. Tijdsgebruik: lees-, denk- en schrijftijd

De schrijver heeft 80% van de taaktijd benut om de taak uit te werken (totale procestijd: 39:49 [T]). Van de beschikbare 50 minuten heeft de schrijver 40 minuten aan de taak gewerkt. Hiervan was hij 34 min 41 sec actief aan het schrijven en 5 min 07 sec aan het lezen en nadenken. Hij was dus gemiddeld 12.89% van de tijd aan het lezen of nadenken. Het percentage denk- en leestijd is vrij gelijkmatig verdeeld over de taak: 30.86% van de denk- en leestijd vindt plaats in het begin van de taak, 36.11% in het midden en 33.03% aan het einde.

2. Productie en vlotheid

De schrijver heeft 80% van de taaktijd benut om de taak uit te werken (totale procestijd: 39:49 [T]). Van de beschikbare 50 minuten heeft de schrijver 40 minuten aan de taak gewerkt. Hiervan was hij 34 min 41 sec actief aan het schrijven en 5 min 07 sec aan het lezen en nadenken. Hij was dus gemiddeld 12.89% van de tijd aan het lezen of nadenken. Het percentage denk- en leestijd is vrij gelijkmatig verdeeld over de taak: 30.86% van de denk- en leestijd vindt plaats in het begin van de taak, 36.11% in het midden en 33.03% aan het einde.

3. Revisiegedrag

De schrijver reviseert voornamelijk in het derde deel van het schrijfproces. De blauwe proceslijn en de groene productlijn lopen steeds iets verder uit elkaar. Dit komt door kleine aanpassingen (verwijderingen) tijdens het schrijven van de tekst. Het percentage geschreven tekst dat in de uiteindelijke tekst bewaard is gebleven is 54.56%. In het begin gaat de schrijver terug naar een eerder geschreven stuk tekst om middenin de tekst een nieuw stuk tekst te schrijven [R1]. Ook aan het einde van het proces gaat de schrijver enkele keren terug naar eerdere stukken in de tekst [R2-3] (de groene stippellijn duidt aan waar in de tekst de schrijver aan het werken is). Het gaat hier echt om herschrijven van de tekst. De tekstlengte (groene productlijn) neemt niet echt toe. De schrijver gaat op verschillende plaatsen in de tekst de eerder geschreven tekst aanpassen (verwijderen en herschrijven). Voor de allerlaatste revisies [R3] bekijkt de schrijver nog even iets in enkele bronnen om daarna aanpassingen aan de eigen synthesetekst te doen.

4. Brongebruik en bronwissels

De schrijver heeft vooral in het begin van de taak veel tijd besteed aan de bronnen [B1]. Van alle tijd die de schrijver aan de bronnen heeft besteed, werd ruim de helft van de tijd (54.30%) in het begin besteed. In het midden was dit 31.69% en aan het einde 14.01%. In het begin en aan het einde switchte de schrijver ongeveer 1.5 keer per minuut tussen de bronnen en de eigen synthesetekst. In het midden was dit dubbel zo veel (3.16 switches per minuut). In het midden wisselt de schrijver dus korte momenten in de bronnen af met korte momenten van snelle tekstproductie in de eigen synthesetekst [B2]. Aan het einde van het proces bekijkt de schrijver een hele tijd geen enkele bron [B3] en besteedt hij enkel aandacht aan tekstproductie.

Klaar met het bekijken van deze toelichtingen? Ga verder met de volgende stappen van de feedback.