Feedback (FPR2) – Toelichting 2. (125)

Procesgrafiek

In deze grafiek vind je het schrijfproces bij een tekst met score 125.

Luca Smorenburg TQ 125.png

Toelichting 4 aandachtspunten

1. Tijdsgebruik: lees-, denk- en schrijftijd

De schrijver heeft 100% van de taaktijd benut om de taak uit te werken (totale procestijd: 49:58 [T]). De schrijver heeft de volledige beschikbare 50 minuten aan de taak gewerkt. Hiervan was hij 37 min 30 sec actief aan het schrijven en 12 min 28 sec aan het lezen en nadenken. Hij was dus gemiddeld 24.95% van de tijd aan het lezen of nadenken. Het percentage denk- en leestijd is het hoogst aan het begin van de taak. Van alle tijd waarin de schrijver aan het lezen of nadenken is, vindt 38.84% plaats in het begin van het proces (t.o.v. 28.69% in het midden en 32.47% aan het einde van de taak).

2. Productie en vlotheid

De vlotheid van tekstproductie ligt het hoogst in het midden van de taak bij deze schrijver [P2]. De schrijver typt dan 99 letters per minuut (tegenover 54 letters per minuut in het begin en 76 letters per minuut op het einde). In het begin leest de schrijver eerst 7.5 minuten onafgebroken in de verschillende bronnen [B1]. Meteen daarna begint hij echt te schrijven. Na het begin is 23.43% van de tekst af en na het midden is 66.97% van de tekst klaar. Dat betekent dat aan het einde nog 33.03% van de tekst geschreven wordt. In het midden en einde van de taak leest de schrijver ook minder (lang in) bronnen en kan daardoor ook meer en vlotter schrijven [B2-3].

3. Revisiegedrag

De schrijver reviseert op verschillende momenten gedurende het hele schrijfproces. De blauwe proceslijn en de groene productlijn lopen steeds iets verder uit elkaar. Dit komt door kleine aanpassingen (verwijderingen) tijdens het schrijven van de tekst. Het percentage geschreven tekst dat in de uiteindelijke tekst bewaard is gebleven is 42.48%. In het begin gaat de schrijver terug naar een eerder geschreven stuk tekst om middenin de tekst een nieuw stuk tekst te schrijven [R1] (de groene stippellijn duidt aan waar in de tekst de schrijver aan het werken is). In het midden van het proces keert de schrijver terug naar eerdere stukken in de tekst om daar kleine aanpassingen te doen en tekst toe te voegen [R2] (de groene productlijn stijgt). Aan het einde van het proces gaat de schrijver nog 2 keer terug naar eerdere stukken in de tekst [R3-4]. Hij verwijdert telkens een stuk tekst (de groene productlijn gaat loodrecht naar beneden) om vervolgens de tekst te herschrijven. Af en toe bekijkt de schrijver nog even iets in enkele bronnen om daarna aanpassingen in de eigen synthesetekst te doen.

4. Brongebruik en bronwissels

De schrijver heeft vooral in het begin van de taak veel tijd besteed aan de bronnen [B1]. Van alle tijd die de schrijver aan de bronnen heeft besteed, werd meer dan driekwart van de tijd (78.50%) in het begin besteed. In het midden was dit slechts 3.72% en aan het einde 17.77%. Het hoogst aantal switches tussen de bronnen en de eigen synthesetekst vond plaats in het begin van het proces. De schrijver switchte dan bijna 1 keer per minuut tussen de bronnen en de eigen synthesetekst. In het middendeel (0.36 switches per minuut) en op het einde (0.60 switches per minuut) was dit minder. In het midden en aan het einde bekijkt de schrijver ook een hele tijd geen enkele bron [B2-3] en besteedt hij enkel aandacht aan tekstproductie.

Klaar met het bekijken van deze toelichtingen? Ga verder met de volgende stappen van de feedback.