Feedback (FPR2) – Toelichting 2; (150)

Procesgrafiek

In deze grafiek vind je het schrijfproces bij een tekst met score 150.

Stijn de Boer TQ 150

Toelichting 4 aandachtspunten

1. Tijdsgebruik: lees-, denk- en schrijftijd

De schrijver heeft 64% van de taaktijd benut om de taak uit te werken (totale procestijd: 31:36 [T]). Van de beschikbare 50 minuten heeft de schrijver ongeveer 32 minuten aan de taak gewerkt. Hiervan was hij 19 min 38 sec actief aan het schrijven en 11 min 57 sec aan het lezen en nadenken. Hij was dus gemiddeld 37.84% van de tijd aan het lezen of nadenken. Het percentage denk- en leestijd is het hoogst aan het einde van de taak. Aan het einde van de schrijftaak denkt en leest de schrijver bijna 10% meer dan in het begin en het midden (30.72% in het begin, 29.68% in het midden en 39.59% aan het einde van de taak).

2. Productie en vlotheid

De vlotheid van tekstproductie ligt het hoogst in het midden van de taak bij deze schrijver [P2]. De schrijver typt dan 95 letters per minuut (tegenover 33 letters per minuut in het begin en 81 letters per minuut op het einde). In het begin leest de schrijver eerst 6 minuten onafgebroken in de verschillende bronnen [B1]. Meteen daarna begint hij echt te schrijven. Na het begin is 15.63% van de tekst af en na het midden is 61.37% van de tekst klaar. Dat betekent dat aan het einde nog 38.63% van de tekst geschreven wordt. In het midden en aan het einde van de taak leest de schrijver ook minder (lang in) bronnen en kan daardoor ook meer en vlotter schrijven [B2-3].

3. Revisiegedrag

De schrijver reviseert op verschillende plaatsen in het tweede en derde deel van het schrijfproces. De blauwe proceslijn en de groene productlijn lopen steeds iets verder uit elkaar. Het gaat hier slechts om een paar kleine aanpassingen (verwijderingen) tijdens het schrijven van de tekst. De twee lijnen lopen namelijk niet ver uit elkaar. Het percentage geschreven tekst dat in de uiteindelijke tekst bewaard is gebleven is 81.86%. In het midden gaat de schrijver een aantal keer terug naar een eerder geschreven stukje tekst om daar tekst toe te voegen [R1] (de groene stippellijn duidt aan waar in de tekst de schrijver aan het werken is). Hij schrijft dus middenin de tekst verder. Aan het einde van het proces gaat de schrijver terug naar eerdere stukken in de tekst [R2]. Het gaat hier echt om herschrijven van de tekst. De tekstlengte (groene productlijn) neemt niet echt toe.

4. Brongebruik en bronwissels

De schrijver heeft vooral aan het begin van de taak veel tijd besteed aan de bronnen [B1]. Van alle tijd die de schrijver aan de bronnen heeft besteed, werd driekwart van de tijd (75.34%) in het begin besteed. In het midden was dit 17.31% en aan het einde 7.36%. In het begin en einde switchte de schrijver iets meer dan 1 keer per minuut tussen de bronnen en de eigen synthesetekst. In het midden was dit iets meer dan 2 keer per minuut [B2]. In het midden en aan het einde van het proces bekijkt de schrijver ook gedurende langere perioden geen enkele bron [B2-3] en besteedt hij enkel aandacht aan tekstproductie.

Klaar met het bekijken van deze toelichtingen? Ga verder met de volgende stappen van de feedback.