Feedback (FTA1) – Toelichting 2 (150)

Oorzaken van bedreigde diersoorten in Afrika

Het aantal wilde dieren in Afrika is sinds 1960 fors afgenomen. Van olifanten en giraffen was in 2015 nog slechts een kwart van de populatie over. Cheeta’s en leeuwen volgen met respectievelijk nog 15 en 10 procent van de oorspronkelijke groepsgrootte. Met de zwarte neushoorn is het nog slechter gesteld. In 2015 waren er nog maar 3050 in het wild. Dat is slechts 3 procent van het aantal dat een halve eeuw eerder werd geteld. Deze lager cijfers zijn het gevolg van stroperij, trofeejacht en conflicten met de lokale bevolking.

Stroperijen worden voornamelijk gevoed door de vraag naar ivoor, hoorns en huiden van de dieren. In veelal Aziatische landen worden hier medicijnen en sieraden van gemaakt. De hoorn van de neushoorn is bijvoorbeeld geliefd omdat er, onterecht, geloofd wordt dat hij genezende krachten heeft. Doordat de stropers vaak goed georganiseerd zijn, is het lastig om deze praktijken te bestrijden zolang er vraag is naar het product.

Ook de, soms legale, trofeejacht zorgt voor de dood van vele dieren. De vergunningen levert de overheid in deze landen veel geld op. Hoewel veel mensen de jacht afkeuren, zoals duidelijk werd na de dood van Cecil de leeuw, leidt dit niet tot verandering. Daardoor kunnen jagers nog steeds voor hun plezier dieren schieten. Het zijn echter niet alleen de Afrikaanse landen die schuld hebben. Het verbod op import van onderdelen van dieren kan de jacht terugdringen, maar de grootste afnemer, de VS, verbiedt dit alleen wanneer het dier op een lijst met bedreigde diersoorten staat.

De derde grote oorzaak van de afname van de populatie is het afschieten van wilde dieren door lokale bewoners, om hun vee en land te beschermen. Het WWF komt met een opvallende oplossing: het gereguleerd afschieten van dieren om het probleem met de bevolking te verkleinen, maar zodanig dat de diersoort niet langer bedreigd is. De plaatselijke bevolking kan ook zelf bijdragen aan een diervriendelijke oplossing. Zij kunnen aanpassen waar en wanneer zij hun vee laten grazen, het vee bewaken met honden in plaats van geweren en zorgen dat er meer banen komen in het toerisme en behoud van de natuur, zodat ze daar meer waarde aan gaan hechten.

De grote afname van wilde dieren in Afrika is dus vooral het gevolg van menselijk handelen. Dat betekent ook dat de mens zelf met betere regelgeving en goede educatie het probleem kan bestrijden.

Toelichting 4 kwaliteitsaspecten

1. Informatie

  • De kerninformatie uit de bronnen is aanwezig in de tekst.
  • De kernideeën worden bondig en duidelijk omschreven.
    Bijvoorbeeld: Zowel stroperij, trofeejagen als het mens-dierconflict worden toegelicht (wie, wat, hoe, waarom?).
  • De belangrijkste aanvullende informatie uit de bronnen is grotendeels aanwezig in de tekst, enkele ideeën komen niet of niet voldoende duidelijk naar voren in de tekst.
    Bijvoorbeeld: Oplossing voor stroperij komt niet concreet aan bod.
  • De informatie is grotendeels relevant. De elementen die minder relevant zijn, zijn niet storend voor het begrip.
    Bijvoorbeeld: Minder relevante informatie: “zoals duidelijk werd na de dood van de leeuw Cecil”.
  • De informatie is correct.

2. Integratie

  • De tekst heeft een overkoepelend thema.
  • De informatie uit de bronnen is geïntegreerd in een tekst met een eigen structuur waarin de bronnen met elkaar in verband worden gebracht. De tekst bestaat niet uit een samenvoeging van samenvattingen van de verschillende bronnen.
  • Alle bronnen zijn geïntegreerd in de tekst.

3. Samenhang

  • De inhoudelijke samenhang (coherentie) en de vormelijke samenhang (cohesie) zijn goed.
  • De inhoudelijke samenhang is goed, de tekst heeft een duidelijke redeneerlijn waardoor de informatie in de tekst goed te volgen is.
  • Er is een correcte alinea-indeling.
    Bijvoorbeeld: Elke alinea behandelt een subthema.
  • Er worden ondersteunende cohesie-elementen gebruikt.
    Bijvoorbeeld: Ook, de derde grote oorzaak.
  • De inleiding is goed. De inleiding schetst de context en geeft daarna duidelijk aan waar de tekst over gaat.
  • Mooi slot. Sluit aan op wat er eerder in de tekst staat zonder in herhaling te vallen. Bondige conclusie die de tekst goed afrondt.
  • Titel is goed.

4. Taal

  • Weinig taalfouten, enkel slordigheden.
  • Zinsconstructie en woordgebruik zijn goed. De tekst leest vlot.
  • Stijl is geschikt.
  • Interpunctie is correct.

 

Klaar met het bekijken van deze toelichtingen? Ga verder met de volgende stappen van de feedback.