Feedback (FTA1) – Toelichting 1 (75)

Bedreigde Afrikaanse wilde dieren

Veel wilde dieren in Afrika zijn van een bedreigde diersoort. Dit komt door verschillende omstandigheden. Bijvoorbeeld stropers, troffeejagers en het mens-dier conflict. Dit laatste gaat erover dat mensen en wilde dieren in hetzelfde gebied leven. De dieren veroorzaken problemen voor de mensen en daarom maken de mensen de dieren dood. Door al deze omstandigheden zijn er van veel soorten wilde dieren nog maar een paar levend.

Een voorbeeld van dit mens-dier conflict is dat van boeren met koeien en leeuwen. Als de koeien ’s nachts staan te grazen komen er leeuwen op af die ze dan opeten. De boer ziet dit de volgende morgen en doet vergif op de dode lichamen van de koeien. Als de leeuwen de volgende nacht weer terugkomen om de koeien verder op te eten gaan ze dood door het vergif. Als dit telkens gedaan wordt, blijven er nog weinig van die leeuwensoort over.

Dedood van de leeuw Cecil is een voorbeeld van troffejagen. Hij werd gedood door een Amerikaanse tandarts. Troffeejagen houdt in dat er wilde dieren worden gedood en daar worden dan stukken van meegenomen om later weer in eigen land te verkopen. De lichaamsdelen zijn erg gewild en worden ook voor hoge prijzen verkocht.

Er is een onderzoek geweest om het mens-dier conflict te verminderen. Ze bevolen bepaalde technieken aan aan de lokale bevolking om veel levens van wilde dieren te sparen. Veel technieken werden toegepast en daardoor werden de levens van de bewoners en de dieren verbeterd. Uit dit onderzoek leerde men dat je de lokale bevolking moet betrekken om echt een verandering te laten optreden in dit probleem en de oplossing daarvan.

Stropen is ook een heel groot probleem voor de met uitsterven bedreigde dieren. De stropers gebruiken veel wapens om de dieren te doden en door deze acties kunnen zelfs bepaalde diersoorten uitsterven. Veel mensen denken dat deze bepaalde lichaamsdelen bijvoorbeeld geluk brengen of een goed medicijn zijn.

Toelichting 4 kwaliteitsaspecten

1. Informatie

  • De kernideeën komen niet duidelijk naar voren in de tekst.
    Bijvoorbeeld: Het mens-dier conflict en het trofeejagen worden omschreven aan de hand van een voorbeeld in plaats van dat het probleem meer algemeen en helder geschetst wordt.
    Bijvoorbeeld: Het is voor de lezer niet duidelijk wat stropen is.
  • Er is belangrijke aanvullende informatie uit de bronnen die ontbreekt of die niet voldoende duidelijk verwerkt is in de tekst. Bijvoorbeeld: Er is geen info over oplossingen voor het trofeejagen en het stropen.
    De informatie over de oplossingen voor het mens-dier conflict is onvolledig en vaag.
  • De tekst bevat irrelevante informatie.
    Bijvoorbeeld: Het mens-dier conflict wordt uitgelegd aan de hand van een anekdote van leeuwen die koeien aanvielen en daarna vergiftigd werden door de boeren.
  • De tekst bevat foutieve informatie.
    Bijvoorbeeld: In de alinea over trofeejagen wordt gezegd dat “de lichaamsdelen voor hoge prijzen worden verkocht”. Dit klopt niet, dit is namelijk niet het geval bij trofeejagen maar wel bij stropen.

2. Integratie

  • Integratie van de bronnen is zwak.
  • De tekst heeft geen duidelijk overkoepelend thema, al is er wel een poging gedaan.
    Bijvoorbeeld: De eerste twee zinnen van de tekst geven het thema aan, maar dit is heel beperkt.
  • De informatie wordt grotendeels bron per bron gepresenteerd.
  • Er worden geen verbanden gelegd tussen de verschillende bronnen.
  • Niet alle bronnen zijn geïntegreerd in de tekst.
    Bijvoorbeeld: Tabel met cijfermateriaal over de bedreigde dieren is niet verwerkt in de tekst.

3. Samenhang

  • Zowel de inhoudelijke samenhang (coherentie) als de vormelijke samenhang (cohesie) zijn heel zwak.
  • De inhoudelijke samenhang is zoek, er is geen duidelijke redeneerlijn.
    Bijvoorbeeld: De informatie over het mens-dier conflict staat niet samen maar verspreid over drie alinea’s in de tekst.
  • De tekst is niet correct verdeeld in alinea’s.
    Bijvoorbeeld: Een deel van de informatie over het mens-dier conflict staat in de inleiding.
  • Er ontbreken ondersteunende cohesie-elementen.
    Bijvoorbeeld: Alle alinea’s volgen elkaar op als losstaande elementen; geen gebruik van woorden zoals “ten eerste”, “ook”, “tot slot”.
  • De inleiding is zwak.
  • Er is geen slot. De tekst stopt heel abrupt.
  • Er is een titel maar die is heel vaag.

 

4. Taal

  • Enkele taalfouten (zowel spelling als grammatica).
    Bijvoorbeeld: troffee, ze bevolen bepaalde technieken aan (wie zijn ze?).
  • Zinsconstructie en woordgebruik zijn zwak. De zinnen lezen stroef.
    Bijvoorbeeld: “dit laatste gaat erover dat”, “daarom maken de mensen de dieren dood”.
  • Stijl is ok.
  • Interpunctie is ok.

Klaar met het bekijken van deze toelichtingen? Ga verder met de volgende stappen van de feedback.