Feedback (FTA1) – Toelichting 2 (75)

Eind 2015 was de hele wereld in rep en roer, Cecil de leeuw was in een Afrikaans natuurpark door een Amerikaanse troffeejager neergeschoten. Sinds dit incident zijn er velen die zeggen dat er iets aan het neerschieten van onschuldige,bedreigde dieren gedaan moet worden. Dat het een probleem is, blijkt wel uit de cijfers. Het aanta dieren in Afrika heeft tussen 1980 en nu met 75% afgenomen.

Het zijn tegenwoordig hele organisaties die stropen, dus niet meer een kwade geest met een geweer. De hoeveelheid geld die dan ook in deze branch omgaat is niet normaal. Dit komt mede omdat er nogsteeds gelooft wordt dat bepaalde lichaamsdelen van sommige dieren, zoals ivoor van olifanten, een geneeskrachtige werking hebben. Het gaat niet altijd om de lichaamsdelen van dieren, in Azië bijvoorbeeld worden oerangoetangs vermoord zodat hun baby’s verkocht kunnen worden en als huisdier gehouden worden.

Naast stropers zijn er ook mensen die het niet om het geld doen, boeren bijvoorbeeld. Boeren willen eigenlijk alleen maar hun land en vee beschermen en dat lukt niet als er leeuwen of tijgers in de buurt zijn. Boeren schieten deze dieren niet altijd neer, ze staan ook bekend om het vergiftigen van dieren. Zo leggen ze vergif in het karkas van een al eerder vermoord dier, zodat iedereen die er van eet, zelf ook vergiftigd wordt.

Er zijn studies geweest die een techniek zoeken om het conflict tussen mens en dier terug te dringen. Uit die studies zijn 3 technieken gekomen om dit ook waar te maken.

Zo willen ze ten eerste dat het vee een betere tijd en plaats krijgt om te grazen. Nu worden ze losgelaten in het reservaat waar de wilde dieren ook rond lopen. Als je het vee binnen hekken houdt, zullen roofdieren al veel minder snel komen.

Ten tweede willen ze honden opleiden. Honden zijn trouwe dieren die het vee goed kunnen beschermen. Uit cijfers blijkt dan ook dat sinds de komst van honden, er 95% minder vee gedood werd.

Als laatste willen ze de bevolking actief inschakelen. Dit willen ze bereiken door bijvoorbeeld rangers in de te zetten die door de natuurreservaten patroulleren en zo stropers kunnen opsporen.

Toelichting 4 kwaliteitsaspecten

1. Informatie

  • Er ontbreken kernideeën uit de bronnen in deze tekst.
    Bijvoorbeeld: Het trofeejagen wordt vermeld in de eerste zin als voorbeeld, maar er wordt geen enkele uitleg over gegeven.
  • Er is belangrijke aanvullende informatie uit de bronnen die ontbreekt of die niet voldoende duidelijk verwerkt is in de tekst. Bijvoorbeeld: Er is geen info over oplossingen voor het trofeejagen.
  • De tekst bevat irrelevante informatie.
    Bijvoorbeeld: “In Azië worden oerangoetangs vermoord zodat hun baby’s verkocht kunnen worden en als huisdier gehouden worden.”
  • De tekst bevat geen foutieve informatie.

2. Integratie

  • Integratie van de bronnen is zwak.
  • De tekst heeft geen duidelijk overkoepelend thema.
  • Er is een poging gedaan om informatie uit de bronnen te groeperen, maar dit is niet geslaagd.
    Bijvoorbeeld: De eerste alinea geeft een voorbeeld uit een bron en koppelt daar dan een meer algemene conclusie uit een andere bron aan. Er wordt dus een poging gedaan om een verband te leggen tussen twee bronnen, maar dit is geen correcte koppeling (het trofeejagen is niet verantwoordelijk voor een daling van 75% van de populatie dieren).
  • De informatie wordt grotendeels bron per bron gepresenteerd. Er worden weinig verbanden gelegd tussen de verschillende bronnen.
  • Alle bronnen zijn geïntegreerd in de tekst, maar heel beperkt.
    Bijvoorbeeld: De bron over trofeejagen is gebruikt, maar de informatie eruit is heel beperkt.

3. Samenhang

  • Zowel de inhoudelijke samenhang (coherentie) als de vormelijke samenhang (cohesie) zijn heel zwak.
  • De inhoudelijke samenhang is zoek, er is geen duidelijke redeneerlijn.
    Bijvoorbeeld: De inleiding lijkt aan te kondigen dat de tekst gaat over trofeejagen, maar dat komt verder in de tekst niet aan bod.
  • De tekst is niet correct verdeeld in alinea’s.
    Bijvoorbeeld: Het laatste blok tekst bestaat uit aparte zinnen die telkens op een nieuwe regel gestart worden.
  • Er worden ondersteunende cohesie-elementen gebruikt.
    Bijvoorbeeld: naast … ook, ten tweede, als laatste.
  • De inleiding is zwak.
  • Er is geen slot. De tekst stopt heel abrupt.
  • Er is geen titel.

 

4. Taal

  • Enkele taalfouten (zowel spelling als grammatica).
    Bijvoorbeeld: troffee, heeft afgenomen, er gelooft wordt, zo willen ze ten eerste dat het vee een betere tijd en plaats krijgt (wie zijn ze?).
  • Zinsconstructie en woordgebruik zijn zwak. De zinnen lezen stroef.
    Bijvoorbeeld: een kwade geest met een geweer.
  • Stijl kan beter.
  • Interpunctie is ok.

Klaar met het bekijken van deze toelichtingen? Ga verder met de volgende stappen van de feedback.