Feedback (FTA2) – Toelichting 2 (150)

Van 200.000 naar 15.000 leeuwen: de bedreigde dieren in Afrika

De populaties van verschillende diersoorten in Afrika worden steeds meer bedreigd door stropers en trofee jagers. Ook de lokale bevolking valt de dieren aan. Van de 1,3 miljoen Afrikaanse olifanten uit 1960 zijn er nu nog minder dan 400.000 over. Waardoor is het zo ver gekomen? En sterker nog: hoe kunnen we dit oplossen?

De Afrikaanse dieren worden eigenlijk van drie kanten aangevallen: door stropers, de lokale bevolking en trofeejagers. Laten we beginnen met die laatste catagorie. Trofeejagen is een manier van jagen die erg populair is onder rijke buitenlanders die in Afrika op grote dieren jagen om mee te nemen naar huis. Deze manier van jacht is legaal in Afrika, omdat de overheid het geld van de jachtvergunningen gebruikt om te investeren in projecten voor het natuurbehoud. De realiteit is echter dat het geld vaak naar de corrupte leiders van het land gaat, waardoor er weinig gedaan wordt aan dat natuurbehoud.

Een andere tak van bedreiging is die van de stropers. De stropers lijken misschien op het eerste gezicht wel een beetje op trofeejagers, maar deze personen zijn toch van een heel andere orde. De stropers vallen vaak aan in zwaarbewapende bendes en verkopen onder andere de slagtanden en vacht van veel dieren. Bepaalde lichaamsdelen zijn heel waardevol en er wordt geloofd dat ze bepaalde geneeskrachtige eigenschappen bezitten. Vaak gaat het om grote bedragen en de stropers maken dan ook deel uit van een groot misdaadnetwerk. De dieren ondervinden geen tot weinig bescherming tegen stropers en ze zijn dan ook vaak het slachtoffer van stropersbendes.

Dan hebben we tot slot nog de lokale bevolking. Deze groep valt de dieren aan, maar dat geldt andersom ook. Er is in deze situatie sprake van een dier-mens conflict, waarin dieren als leeuwen de koeien van boeren opeten. De boeren op hun beurt vergiftigen de leeuwen door in de karkassen pesticiden te doen, waardoor de leeuwen doodgaan. Zo sterft de soort langzaam uit, want zonder eten gaan ze ook dood.

Verschillende populaties Afrikaanse dieren zijn door deze bedreigingen in gevaar. Toch zijn er verschillende opties die de daling kunnen afremmen. Een oplossing voor het mens-dier conflict is het beter bewaken van de dieren van boeren door waakhonden in te zetten. Ook het overdag laten grazen van de dieren in plaats van ’s nachts helpt, want leeuwen jagen meestal ’s nachts. Verder kan de overheid van een Afrikaans land ingrijpen tegen bijvoorbeeld stropers door meer middelen te voorzien voor de rangers die patrouilleren in de reservaten. Door de dieren officieel bedreigd te verklaren, kunnen ze ook beschermd worden. Dan mogen trofeejagers hun geschoten leeuwen namelijk niet meer meenemen.

Toelichting 4 kwaliteitsaspecten

1. Informatie

  • De kerninformatie uit de bronnen is aanwezig in de tekst.
  • De kernideeën worden grotendeels bondig en duidelijk omschreven.
    Bijvoorbeeld: Zowel stroperij, trofeejagen als het mens-dierconflict worden toegelicht. Het mens-dier conflict wordt echter toegelicht aan de hand van een voorbeeld. Dit kan meer algemeen en duidelijker.
  • De belangrijke aanvullende informatie uit de bronnen is aanwezig in de tekst.
    Bijvoorbeeld: De verschillend oplossingen worden duidelijk toegelicht.
  • De informatie is relevant.
  • De informatie is correct.

2. Integratie

  • De tekst heeft een overkoepelend thema.
    Bijvoorbeeld: Het overkoepelend thema wordt aangekondigd in de inleiding en dit wordt verder in de tekst uitgewerkt.
  • De informatie uit de bronnen is geïntegreerd in een tekst met een eigen structuur waarin de bronnen met elkaar in verband worden gebracht. De tekst bestaan niet uit een samenvoeging van samenvattingen van de verschillende bronnen.
    Bijvoorbeeld: De verschillende oplossingen worden gegroepeerd.
  • Alle bronnen zijn geïntegreerd in de tekst.

3. Samenhang

  • De inhoudelijke samenhang (coherentie) en de vormelijke samenhang (cohesie) zijn heel goed.
  • De inhoudelijke samenhang is heel goed, de tekst heeft een duidelijke redeneerlijn waardoor de informatie in de tekst goed te volgen is. De tekst bouwt logisch op van begin tot eind.
  • Er is een correcte alinea-indeling.
    Bijvoorbeeld: Elke alinea behandelt een subthema.
  • Er worden ondersteunende cohesie-elementen gebruikt.
    Bijvoorbeeld: echter, een andere …, dan hebben we tot slot.
  • De inleiding is goed. De inleiding schetst de context en geeft daarna heel duidelijk aan waar de tekst over gaat. De inleiding nodigt uit tot verder lezen.
  • Goed slot.
  • Titel is goed. De titel is duidelijk en nodigt uit tot lezen.

4. Taal

  • Weinig taalfouten.
  • Zinsconstructie en woordgebruik zijn redelijk goed. De tekst leest vlot, maar enkele zinnen zijn stroef geformuleerd.
    Bijvoorbeeld: slecht geformuleerde zinnen: “Zo sterft de soort langzaam uit, want zonder eten gaan ze ook dood.”, “De stropers lijken op het eerste gezicht wel een beetje op trofeejagers, …”.
  • Stijl is goed.
  • Interpunctie is correct.

Klaar met het bekijken van deze toelichtingen? Ga verder met de volgende stappen van de feedback.