Feedback (FTA2) – Toelichting 2 (50)

Natuurbehoud en stroperij

Ik heb 5 artikelen gelezen over de verhoudingen tussen de bevolking, wilde dieren en stropers en Afrika. in de artikelen heb ik verschillende oogpunten gevonden.

De inheemse bevolking van Afrika; hierbij gaat het voornamelijk om veehouders die in gebieden leven waar veel wilde dieren voorkomen. De inheemse bevolking heeft een voortdurend conflict wilde dieren; roofdieren eten hun vee op en olifanten eten hun gewassen op. om dit tegen te gaan neemt de bevolking vaak zelf de beslissing om wilde dieren te doden. Echter zijn er veel derde partijen die andere mogelijkheden bieden, de overheid bijvoorbeeld verkoopt vergunningen aan buitenlandse trofeejagers om legaal een dier te mogen schieten. Hier wordt legaal veel geld mee verdiend die volgens velen niet op de juiste manier wordt besteed. Ook is er een partij die bezig is met honden trainen die wilde dieren wegjagen zonder dat er doden vallen. deze zelfde partij wil de bevolking inschakelen tegen stroperij en zij willen helpen met de bevolking voor te lichten over het belang van de bescherming van de wilde dieren. Uit cijfers blijkt echter dat de populatie van wilde dieren veel sterker afneemt dan volgens de vergunningen en de bewoners zelf zou moeten. dit komt door de Stropers. Stropers jagen illegaal met zware wapens op wilde dieren waarvan bijvoorbeeld de slagtanden veel geld opleveren. Stropers zijn de voornaamste oorzaak van de massasterfte van onder andere de zwarte neushoorn. Ook veel celebrities mengen zich in de strijd tegen trofeejagers en stropers. Zij willen dat landen als de VS de import van trofeeen onmogelijk maakt voor trofeejagers. hiermee hopen zij de dieren te kunnen beschermen. Dit snijd een ander artikel dat stelt dat het geld uit de legale trofeejacht juist kan worden gebruikt om de dieren en de reservaten te beschermen. Aangezien de reservaten weinig andere inkomsten hebben zullen ze anders heel snel failliet gaan en kunnen stropers hun gang gaan.

Toelichting 4 kwaliteitsaspecten

1. Informatie

  • De kernideeën komen niet duidelijk naar voren.
    Bijvoorbeeld: Zowel trofeejagen, het mens-dier conflict als stropen worden toegelicht, maar op een zeer warrige manier. Het is voor de lezer niet duidelijk wat deze 3 problemen juist inhouden.
  • Er is belangrijke aanvullende informatie uit de bronnen die ontbreekt in de tekst.
    Bijvoorbeeld: Er is zeer weinig informatie over de oplossingen voor het mens-dier conflict.
  • De tekst bevat wel vrij veel informatie, bovendien is er weinig irrelevante of foutieve informatie. Maar de manier waarop de informatie gepresenteerd wordt, zorgt er wel voor dat een groot deel van de informatie niet begrijpelijk is voor de lezer.
    Bijvoorbeeld: “Ook is er een partij die bezig is met honden trainen die wilde dieren wegjagen zonder dat er doden vallen”.

2. Integratie

  • Integratie van de bronnen is zwak.
  • De tekst heeft geen duidelijk overkoepelend thema.
    Bijvoorbeeld: Uit deze tekst komt niet naar voren dat er drie grote bedreigingen zijn voor de wilde dieren in Afrika.
  • Er is een poging gedaan om de bronnen aan elkaar te koppelen, maar er worden weinig logische verbanden gelegd tussen de verschillende bronnen. De bronnen worden op een vreemde manier aan elkaar gekoppeld wat leidt tot een warrige tekst.
    Bijvoorbeeld: “in de artikelen heb ik verschillende oogpunten gevonden”
  • Niet alle bronnen zijn geïntegreerd in de tekst.
    Bijvoorbeeld: Tabel met cijfermateriaal over de bedreigde dieren is niet verwerkt in de tekst.

3. Samenhang

  • Zowel de inhoudelijke samenhang (coherentie) als de vormelijke samenhang (cohesie) zijn heel zwak.
  • De inhoudelijke samenhang is zoek, er is geen duidelijke redeneerlijn.
    Bijvoorbeeld: De tekst start in de inleiding met “verschillende oogpunten” over de verhoudingen tussen de bevolking, wilde dieren en stropers.
    Bijvoorbeeld: De informatie over het mens-dier conflict, trofeejagen en stroperij staat door elkaar.
  • De tekst is niet verdeeld in alinea’s.
    Bijvoorbeeld: Na de inleiding volgt een groot blok tekst, zonder thematische onderverdeling.
  • Er wordt wel gebruik gemaakt van ondersteunende cohesie-elementen. De inhoudelijke samenhang is echter zo zwak dat de vormelijke ondersteunende elementen niet tot zijn recht komen.
    Bijvoorbeeld: goede cohesie-elementen: echter, bijvoorbeeld, ook
  • De inleiding is heel zwak.
    Bijvoorbeeld: Op basis van de inleiding heb je als lezer geen goed beeld van wat er verder in de tekst gaat volgen.
  • Het slot ontbreekt.
  • De titel is zwak.
    Bijvoorbeeld: De titel dekt de lading van de tekst niet. De titel past niet bij de inhoud van de tekst.

4. Taal

  • Enkele taalfouten (zowel spelling als grammatica).
    Bijvoorbeeld: trofeeen, landen als de VS … maakt, dit snijd, geld die
  • Zinsconstructie en woordgebruik zijn zwak. Sommige zinnen lezen stroef. De tekst bevat ook onvolledige zinnen.
    Bijvoorbeeld: “Ik heb 5 artikelen gelezen over…”, “ook is er een partij die bezig is met honden trainen die wilde dieren wegjagen zonder dat er doden vallen”.
    Bijvoorbeeld: onvolledige zin: “De inheemse bevolking van Afrika; hierbij gaat het voornamelijk om veehouders die in gebieden leven waar veel wilde dieren voorkomen.”
  • Stijl is zwak.
  • Interpunctie is zwak.
    Bijvoorbeeld: ontbrekende hoofdletters, ontbrekende komma’s.

Klaar met het bekijken van deze toelichtingen? Ga verder met de volgende stappen van de feedback.