Feedback (FTA2) – Toelichting 2 (75)

Conflict mens en dier in Afrika

Het aantal wilde dieren neemt af in Afrika. Zo blijkt uit recente cijfers. Waar in 1960 nog 1,3 miljoen olifanten, leven er nu (2015) nog maar 400 000. Dit komt door stropers, trofeejagers maar ook de lokale bevolking. Doordat een groot deel van dieren zich buiten of aan de rand van het beschermde gebied leven, heeft de bevolking hier last van. De dieren vernietigen de gewassen en doden vee van deze mensen. Dit betekent dus een toename van conflict tussen mens en dier. En hier probeert men een oplossing voor te vinden, voor zowel de bevolking maar ook de dieren.

Uit een rapport van African Wildlife Foundation (AWF) zijn een aantal technieken naar voren gekomen. Deze technieken zijn geselecteerd door onderzoekers die een aantal projecten volgden in gemeenschappen opgezet door NGO’s. Deze technieken hadden vooral te maken met de bevolking zelf:

  • Verbeteren van veebeheer met betrekking tot plaats en tijd.
  • Bewaking van vee door middel van honden.
  • Lokale bevolking belang laten zien van behoud van de natuur en de dieren, door middel van bijvoorbeeld inschakeling in patrouilles.

Maar de lokale bevolking is niet de enige oorzaak van de afname van de populatie, maar ook stroperij. Velen denken aan individuën die op jacht gaan, maar stropers zijn onderdeel van een netwerk en beschikken over apparatuur om de patrouilles te ontlopen. Zij verkopen delen van de geschoten dieren door en kunnen hier veel aan verdienen.

Naast stroperij is er ook nog zoiets als trofeejagen. Anders gezegd, legaal jagen op geselecteerde dieren. Hiervoor bestaat een jachquota, waarin staat hoeveel dieren jaarlijks doodgeschoten mogen worden. Je hebt dan ook een vergunning nodig die uitgegeven word door de regering. Over trofeejagen ontstond eind 2015 veel verontwaardiging: een aantal bekendheden eiste van de VS om een aantal dieren te erkennen als officieel bedreigd. Jachttrofeeën kunnen hierdoor niet langer meegenomen worden naar de VS.

Toelichting 4 kwaliteitsaspecten

1. Informatie

  • De kernideeën komen aan bod, maar kunnen iets duidelijk toegelicht worden in de tekst.
    Bijvoorbeeld: De drie grote bedreigingen (mens-dier conflict, trofeejagen en stroperij) worden toegelicht. De omschrijving van stroperij en trofeejagen kan helderder (wat houdt het precies in? waarom gebeurt het?).
  • De meeste belangrijke aanvullende informatie uit de bronnen is aanwezig in de tekst. Een deel van de informatie ontbreekt echter of komt niet duidelijk naar voren.
    Bijvoorbeeld: De tekst bevat geen informatie over oplossingen voor het stropen.
    Bijvoorbeeld: De informatie omtrent de oplossingen voor het mens-dier conflict zijn aanwezig, maar worden niet goed uitgewerkt. Het is voor een lezer die de bronnen niet gelezen heeft, niet helemaal duidelijk wat deze oplossingen inhouden.
  • De informatie is grotendeels relevant. De elementen die niet volledig relevant zijn, zijn niet storend voor het begrip.
    Bijvoorbeeld: “Deze technieken zijn geselecteerd door onderzoekers die een aantal projecten volgden in gemeenschappen opgezet door NGO’s.”
  • De informatie is correct.

2. Integratie

  • Poging tot integratie van de bronnen.
  • De tekst heeft geen duidelijk overkoepelend thema, al is er wel een poging gedaan.
    Bijvoorbeeld: De eerste drie zinnen van de tekst geven het thema aan, maar dit is heel beperkt.
  • De informatie wordt grotendeels bron per bron gepresenteerd.
  • Er worden weinig verbanden gelegd tussen de bronnen.
  • Alle bronnen zijn geïntegreerd in de tekst.

3. Samenhang

  • Zowel de inhoudelijke samenhang (coherentie) als de vormelijke samenhang (cohesie) zijn redelijk goed.
  • De inhoudelijke samenhang is vrij goed, maar kan beter. Er is een redeneerlijn in de tekst waardoor deze goed te volgen is.
  • De tekst is niet correct verdeeld in alinea’s.
    Bijvoorbeeld: De inleiding en de informatie over het mens-dier conflict staan samen in 1 alinea.
  • Er wordt beperkt gebruik gemaakt van ondersteunende cohesie-elementen.
    Bijvoorbeeld: maar, naast … ook.
  • Er is een inleiding. Al is die beperkt.
  • Er is geen slot. De tekst stopt heel abrupt.
  • Er is een titel, maar die komt niet overeen met de inhoud van de tekst.
    Bijvoorbeeld: De titel gaat maar over 1 van de 3 bedreigingen die in de tekst worden besproken.

4. Taal

  • Enkele taalfouten (voornamelijk spelling). Het gaat voornamelijk om slordigheden.
    Bijvoorbeeld: individuën, jachquota.
  • Zinsconstructie en woordgebruik zijn zwak. De tekst bevat grote stukken tekst die letterlijk uit de bronnen gekopieerd zijn. De schrijver heeft weinig in zijn/haar eigen woorden geformuleerd.
  • Stijl is ok. Maar dit heeft ook te maken met het feit dat een groot deel van de tekst rechtstreeks uit de bronnen komt.
  • Interpunctie is ok.

Klaar met het bekijken van deze toelichtingen? Ga verder met de volgende stappen van de feedback.