Feedback (FTA1) – Toelichting 1 (137,5)

Steeds meer bedreigde diersoorten in Afrika

Sinds 1960 is de populatie van verschillende diersoorten strek verminderd op het Afrikaanse continent. Zo is het aantal leeuwen in iets meer dan 50 jaar van ruim 200.000 naar 15.000 gegaan. Met de zwarte neushoorn is het op dit moment nog slechter gesteld. Er zijn nog maar 3050 van de 100.000 neushoorns over. Maar hoe is het zover gekomen dat het aantal van deze dieren de laatse jaren zo drastisch afneemt?

Een van de oorzaken zijn de jachttripjes die reisorganisaties, in de meeste landen zelfs volkomen legaal, organiseren. Het jagen dat hierdoor mogelijk is wordt ook wel ‘trophy hunting’ genoemd. Dit is dus het legaal jagen op een vooraf uitgekozen dier waarna men de overblijfselen meeneemt naar het land waar men vandaan komt om ermee te pronken. Vele beroemdheden zoals Leonardo DiCaprio en de Britse prinsen William en Harry zetten zich in voor de bescherming van deze dieren. Ze eisen dat landen zoals de VS de import van trofeeën verbieden Wanneer er een importverbod komt, wordt het voor de plezierjagers minder aantrekkelijk om te jagen aangezien ze niet met hun trofee gaan kunnen pronken. Toch verandert er niet veel. Zelfs niet na de dood van de bekende leeuw Cecil die bij een jachttripje door een Amerikaanse tandarts om het leven werd gebracht.

Naast de jachttripjes is de stroperij ook nog altijd een bedrijging voor het voortbestaan van vele soorten. Dieren die met uitsterven bedreigt zijn worden afgeslacht door goed georganiseerde, bewapende bendes stropers. Het gaat de stropers ook vaak om bepaalde lichaamsdelen die ze daarna kunnen doorverkopen voor veel geld. Voorbeelden hiervan zijn ivoren slachtanden, horens en de vacht van een dier. In de natuurgebieden lopen rangers rond om de stroperij tegen te gaan. Door het gebruik van geavanceerde technieken door stropers worden de patrouilles van de rangers echter vaak ontlopen.

Daarnaast zijn er ook nog bewoners van omliggende gebieden die de wilde dieren zelf doden. Dit doen ze omdat de wilde dieren ’s nachts hun vee aanvallen en vermoorden. Ook worden de oogsten vaak verpest door de dieren. De bevolking giet meestal giftige pesticide over de karkassen van het overleden vee zodat de wilde dieren er daarna in aanraking mee komen. Volgens de African Wildlife Foundation zou dit makkelijk kunnen worden opgelost. Door beter veebeheer, waakonden en het betrekken van de bevolking bij meer dingen zou het uitsterven van dieren worden teruggedrongen.

Aangezien het de laatste jaren steeds slechter gaan met de wilde dieren in Afrika, is het van vitaal belang dat er geïnvesteerd wordt in oplossingen om de jacht, de stroperij en het mens-dier conflict tegen te gaan.

Toelichting 4 kwaliteitsaspecten

1. Informatie

  • De kerninformatie uit de bronnen is aanwezig in de tekst.
  • De kernideeën worden grotendeels bondig en duidelijk omschreven.
    Bijvoorbeeld: Zowel stroperij, trofeejagen als het mens-dierconflict worden toegelicht (wie, wat, hoe, waarom?)
  • De belangrijke aanvullende informatie uit de bronnen is grotendeels aanwezig in de tekst. Enkele ideeën komen niet voldoende duidelijk naar voren in de tekst.
    Bijvoorbeeld: Oplossing voor stroperij komt niet concreet aan bod.
  • De informatie is grotendeels relevant. De minder relevante informatie is niet storend voor het begrip.
    Bijvoorbeeld: minder relevante info: “…Cecil die bij een jachttripje door een Amerikaanse tandarts om het leven werd gebracht”.
  • Er is geen foutieve info.

2. Integratie

  • De integratie van de bronnen is vrij goed.
  • De tekst heeft een overkoepelend thema.
    Bijvoorbeeld: Het overkoepelend thema wordt aangekondigd in de inleiding (“hoe is het zover gekomen dat het aantal van deze dieren de laatse jaren zo drastisch afneemt?”) en dit wordt in de tekst uitgewerkt.
  • De informatie uit de bronnen is geïntegreerd in een tekst met een eigen structuur waarin de bronnen met elkaar in verband worden gebracht. De tekst bestaan niet uit een samenvoeging van samenvattingen van de verschillende bronnen.
  • Alle bronnen zijn geïntegreerd in de tekst.

3. Samenhang

  • Zowel de inhoudelijke samenhang (coherentie) als de vormelijk samenhang (cohesie) zijn goed.
  • De inhoudelijke samenhang is goed, de tekst heeft een duidelijke redeneerlijn waardoor de informatie in de tekst goed te volgen is.
  • Er is een correcte alinea-indeling.
    Bijvoorbeeld: Elke alinea behandelt een subthema.
  • Er worden ondersteunende cohesie-elementen gebruikt.
    Bijvoorbeeld: een van de oorzaken, naast … ook nog, daarnaast.
  • De inleiding is goed. De inleiding zet de toon en kondigt aan wat er volgt in de tekst.
  • Slot is ok, maar kan beter. Het slot is vrij vaag.
  • De titel is goed.

4. Taal

  • Enkele taalfouten, voornamelijk slordigheden.
    Bijvoorbeeld: strek (i.p.v. sterk), laatse, bedrijging, slachtanden.
  • Zinsconstructie is goed en woordgebruik zijn goed. De tekst leest vlot. De schrijver heeft de informatie grotendeels in zijn/ haar eigen woorden weergegeven.
  • Stijl is ok.
  • Interpunctie is ok.

Klaar met het bekijken van deze toelichtingen? Ga verder met de volgende stappen van de feedback.