Feedback (FTA2) – Toelichting 1 (162,5)

Olifanten, neushoorns, leeuwen en giraffen,wij kennen ze uit de dierentuin maar in Afrika vind je ze allemaal. Het is nog maar de vraag of ze hier over vijftig jaar ook te vinden zullen zijn aangezien de populatie van verschillende dieren de afgelopen vijftig jaar met ongeveer 70% is afgenomen. De dieren worden namelijk met uitsterven bedreigd. Hoe is het mogelijk dat deze bijzondere dieren gevaar lopen op uitsterving?

De bekendste reden voor het ombrengen van de Afrikaanse wilde dieren is de stroperij. Stropers jagen op de dieren waarne zij de dierlijke lichaamsdelen verkopen. Dit levert hen bakken met geld op. Er is namelijk veel vraag naar de lichaamsdelen van de dieren omdat er in Azië wordt geloofd dat deze genezende krachten hebben. Dit is natuurlijk onjuist. Toch weerhoudt dat de stropers er niet van op de dieren te jagen. Ze gebruiken steeds geavanceerde middelen om de dieren te vinden en om de patrouillerende rangers te vermijden. Wanneer de Afrikaanse overheden zich samenspannen om stropers te straffen, zou dit opgelost kunnen worden.

Naast stroperij, wordt er ook op de wilde dieren gejaagd door trophy hunters. Deze jagers kopen een vergunning om in een gebied op bepaalde diersoorten te mogen jagen. Wanneer zij erin slagen om een dier te doden, nemen zij lichaamsdelen mee naar huis als pronkstuk. In sommige Afrikaanse landen is dit volkomen legaal en het invoeren van de lichaamsdelen in het thuisland van de stropers is in veel landen ook legaal. Er zou pas een verbod op het invoeren komen te staan, als het gaat om bedreigde diersoorten. Hoewel er momenteel grote campagnes gaande zijn om hiervoor te zorgen, laten de overheden nog weinig van zich horen.

Naast de bovengenoemde redenen, zijn er ook mensen die de dieren om het leven brengen om te voorkomen dat hun eigen vee sterft. ’s Nachts laten de Afrikaanse boeren hun kuddes vee grazen in de reservaten. De wilde dieren maken het vee tot prooi. Om dit te voorkomen bespuiten de boeren hun vee met gif. Dit zorgt ervoor dat de dieren overlijden wanneer zij hun prooi opeten. Wanneer het vee overdag zou grazen, zouden de wilde dieren het vee veel minder snel als prooi beschouwen. Deze oplossing heeft bij de lokale boeren echter wat voeten in aarde en omdat zij door niemand verplicht worden, lijkt het er niet op dat dit in de nabije toekomst zal gaan gebeuren.

De populatie wilde dieren in Afrika lijdt dus enorm onder de stropij, de trophy jagers en de lokale boeren. Alleen met ingrijpen van de overheid, kan voorkomen worden dat de volgende generatie het Afrikaanse wild slechts kent uit de dierentuin.

Toelichting 4 kwaliteitsaspecten

1. Informatie

  • De kerninformatie uit de bronnen is aanwezig in de tekst.
  • De kernideeën worden bondig en duidelijk omschreven.
    Bijvoorbeeld: Zowel stroperij, trofeejagen als het mens-dierconflict worden toegelicht (wie, wat, hoe, waarom?)
  • De belangrijke aanvullende informatie uit de bronnen is aanwezig in de tekst.
    Bijvoorbeeld: De oplossingen voor de verschillende problemen komen aan bod en worden duidelijk toegelicht.
  • Er is geen irrelevante of foutieve info.

2. Integratie

  • De integratie van de bronnen is goed.
  • De tekst heeft een overkoepelend thema.
    Bijvoorbeeld: Het overkoepelend thema wordt aangekondigd in de inleiding en dit wordt verder in de tekst uitgewerkt.
  • De informatie uit de bronnen is geïntegreerd in een tekst met een eigen structuur waarin de bronnen met elkaar in verband worden gebracht. De tekst bestaan niet uit een samenvoeging van samenvattingen van de verschillende bronnen.
    Bijvoorbeeld: De oplossingen voor elk probleem worden goed gekoppeld aan de problemen.
    Bijvoorbeeld: De verschillende oplossingen worden met elkaar in verband gebracht onder een overkoepelende oplossing, namelijk “de noodzaak tot ingrijpen van de overheid”.
  • Alle bronnen zijn geïntegreerd in de tekst.

3. Samenhang

  • Zowel de inhoudelijke samenhang (coherentie) als de vormelijke samenhang (cohesie) zijn heel goed.
  • De inhoudelijke samenhang is goed. De tekst heeft een duidelijke redeneerlijn waardoor de informatie in de tekst goed te volgen is.
  • Er is een correcte alinea-indeling.
    Bijvoorbeeld: Elke alinea behandelt een subthema.
  • Er worden ondersteunende cohesie-elementen gebruikt.
    Bijvoorbeeld: de bekendste reden is, toch, naast … ook, hoewel.
  • De inleiding zet de toon en kondigt op een vlotte en heldere manier aan wat er volgt in de tekst.
  • Het slot is goed. Sluit aan op wat er eerder in de tekst staat. Bondige conclusie die de tekst goed afrondt.
  • Er ontbreekt een titel.

4. Taal

  • Weinig taalfouten. Zowel spelling als grammatica zijn goed.
  • Zinsconstructie en woordgebruik zijn heel goed. De tekst leest vlot. De schrijver heeft de informatie uit de bronnen in zijn/ haar eigen woorden geformuleerd.
  • Stijl is goed.
  • Interpunctie is overwegend correct.

Klaar met het bekijken van deze toelichtingen? Ga verder met de volgende stappen van de feedback.