Feedback (FTR1) – Toelichting 1 (112,5)

Situatie bedreigde wilde dieren in Afrika

Veel wilde dieren in Afrika hebben geen gemakkelijk leven. De populaties krijgen te maken met verschillende problemen. Zoals trofeejagers, stroperij en conflicten met de lokale bewoners.

Trofeejagen is een legale jacht op van tevoren geselecteerde wilde dieren (vaak grotere, zoals tijgers en leeuwen) waarvan de overblijfselen, bijvoorbeeld de vacht, na de jacht wordt meegenomen naar het land van de jager zodat die er daar mee kan pronken. In een aantal Afrikaanse landen wordt met de verkoop van jachtvergunningen veel geld verdiend, wat meestal verdwijnt in de zakken van corrupte ambtenaren, terwijl de overheid beweert het geld te gebruiken om natuurbehoudsprojecten te financiëren. Hierover zijn wereldwijd veel mensen verontwaardigd. Helaas is er nog maar weinig veranderd.

Stroperij is ook een heel groot probleem voor wilde dieren, vooral voor met uitsterven bedreigde dieren. De dieren worden afgeslacht zodat de stropers hun lichaamsdelen kunnen meenemen en verkopen. Dit gaat overigens niet alleen over Afrikaanse dieren, maar vooral over Aziatische dieren. In Azië is er namelijk ontzettend veel vraag naar de hoorns van een neushoorn en de slagtanden van een olifant.

Veel Afrikaanse wilde dieren delen hun leefomgeving met mensen. Deze lokale bewoners zijn vaak boeren. Vaak laten zij ’s nachts hun koeien buiten grazen. Dit maakt de verleiding voor bijvoorbeeld leeuwen om aan te vallen erg groot. Veel boeren vinden dus ’s morgens dode koeien op hun land. Doordat zij gif over de dode beesten heen gooien, gaan veel leeuwen, die later terugkomen om de karkassen op te eten, dood aan vergiftiging. De overheid doet hier niets aan.

Nu is het natuurlijk de vraag hoe we dit kunnen oplossen. Voor trofeejacht geldt dat landen waar veel trofeeën worden ingevoerd, dit, als het gaat om delen van bedreigde dieren, moeten verbieden. Ook tegen stroperij valt iets te doen. Natuurreservaten moeten beter beheerd worden en er moeten strengere straffen op stropen komen te staan. Om de conflicten met de lokale bevolking op te lossen, moet de overheid zich ermee gaan bemoeien. Ze moet verantwoordelijkheid nemen en investeren in projecten zoals beter veebeheer.

Toelichting 4 kwaliteitsaspecten

1. Informatie

  • De kerninformatie uit de bronnen is aanwezig in de tekst.
  • De kernideeën worden grotendeels bondig en duidelijk omschreven.
    Bijvoorbeeld: Zowel stroperij, trofeejagen als het mens-dierconflict worden toegelicht (wie, wat, hoe, waarom?)
  • De belangrijke aanvullende informatie uit de bronnen is grotendeels aanwezig in de tekst. Enkele ideeën komen niet of niet voldoende duidelijk naar voren in de tekst:
    Bijvoorbeeld: Oplossingen voor stroperij, trofeejagen en mens-dier conflict komen aan bod.
    Bijvoorbeeld: De oplossing voor het mens-dier conflict is niet duidelijk uitgewerkt. Het is vrij algemeen en vaag (In welke projecten moeten ze investeren? Wat houdt beter veebeheer in?)
  • Er is geen irrelevante info.
  • De informatie is grotendeels correct. De elementen die niet volledig correct zijn, zijn niet storend voor het begrip.
    Bijvoorbeeld: “Dit gaat overigens niet alleen over Afrikaanse dieren, maar vooral over Aziatische dieren”. In de bronnen gaat het niet over het stropen van Aziatische dieren, wel over het uitvoeren van Afrikaanse gestroopte dieren naar Azië.

2. Integratie

  • Poging tot integratie van de bronnen.
  • De tekst heeft een overkoepelend thema.
    Bijvoorbeeld: Het overkoepelend thema wordt aangekondigd in de inleiding (populatie wilde dieren loopt terug, heeft verschillende redenen: stroperij, lokale bevolking, trofeejagen) en dit wordt in de tekst uitgewerkt.
  • De bronnen worden met elkaar in verband gebracht. De tekst bestaat uit meer dan een samenvoeging van samenvattingen van de verschillende bronnen.
    Bijvoorbeeld: In de laatste alinea worden de verschillende oplossingen samengebracht.
  • Er is één (moeilijk te integreren) bron die niet geïntegreerd wordt in de tekst.
    Bijvoorbeeld: Tabel met cijfermateriaal over de bedreigde dieren wordt niet verwerkt.

3. Samenhang

  • De inhoudelijke samenhang (coherentie) is goed, de vormelijke samenhang (cohesie ) is vrij goed, maar kan beter.
  • De inhoudelijke samenhang is goed, de tekst heeft een duidelijke redeneerlijn waardoor de tekst goed te volgen is.
  • Er is een correcte alinea-indeling.
    Bijvoorbeeld: Elke alinea behandelt een subthema.
  • Er worden weinig ondersteunende cohesie-elementen gebruikt.
    Bijvoorbeeld: Alle alinea’s volgen elkaar op als losstaande elementen; geen gebruik van woorden zoals “ten eerste”, “ook”, “tot slot”.
  • De inleiding is ok, maar kan beter. De inleiding zet de toon en kondigt aan wat er volgt in de tekst, maar is wel beperkt.
  • Het slot is vrij goed, maar kan beter.
    Bijvoorbeeld: De tekst wordt afgerond met een alinea waarin de oplossingen worden voorgesteld. Deze alinea had nog gevolgd kunnen worden door een meer algemene conclusie.
  • De titel is ok.

4. Taal

  • Weinig taalfouten. Spelling en grammatica zijn goed.
  • Zinsconstructie is goed, maar kan beter.
    Bijvoorbeeld: te korte, niet volledige zinnen: “De populaties krijgen te maken met verschillende problemen. Zoals trofeejagers, stroperij en conflicten met de lokale bevolking.”
    Bijvoorbeeld: te lange en daardoor onduidelijke zin: “Voor trofeejacht geldt dat landen waar veel trofeeën worden ingevoerd, dit, als het gaat om delen van bedreigde dieren, moeten verbieden.”
  • Woordgebruik is goed, maar kan beter.
    Bijvoorbeeld: De alinea over trofeejagen is vrij letterlijk overgenomen uit de bronnen. De andere alinea’s zijn wel goed in eigen woorden geformuleerd.
  • Stijl is ok.
  • Interpunctie is overwegend correct.

Klaar met het bekijken van deze toelichtingen? Ga verder met de volgende stappen van de feedback.