Feedback (FTR1) – Toelichting 1 (150)

Bedreiging van Afrikaanse wilde dieren

Al sinds de jaren ’60 gaat het aantal Afrikaanse wilde dieren erop achteruit. Inmiddels zijn veel van deze dieren bedreigd en wordt er voor hun uitsterven gevreesd. Hiervoor zijn drie grote oorzaken aan te wijzen.

Ten eerste is er de stroperij. Hierbij worden voornamelijk olifanten maar ook andere dieren om hun slagtanden of andere waardevolle lichaamsdelen gedood. Deze slagtanden kunnen op de zwarte markt in Azië enorme bedragen geld opbrengen, waar de stropers het om doen. De rangers, die patrouilleren in de Afrikaanse natuurreservaten, moeten de dieren beschermen, maar stropers weten vaak toch een manier te vinden om ongestoord te werk te gaan. De stropers werken vaak vanuit georganiseerde bendes en vrijwel nooit individueel.

Ten tweede is er de troffeeënjacht. Dit is net als de stroperij een internationae vorm van het bedreigen van wilde Afrikaanse dieren. Mensen kunnen speciale jachtreisjes boeken naar het Afrikaanse continent waar ze tegen een geldbedrag legaal aan een jachtvergunning kunnen komen. Het geld van de vergunning dat eigenlijk voor de bescherming van de bedreigde dieren is bedoeld, komt echter in de zakken van corrupte ambtenaren terecht of bij eigenaars van prive-reservaten. Ook in de VS, waar zo’n 50 procent van de troffeeën terechtkomt, erkent niet de bedreiging van de wilde Afrikaanse dieren, waardoor de troffeeën nog gewoon ingevoerd kunnen blijven worden. Een aantal bekende wereldburgers zoals Leonardo DiCaprio en de Britse prinsen William en Harry voeren actie zodat de VS de dieren als bedreigd erkent. Hierdoor kan de invoer van het aantal troffeeën verminderd worden.

Ten derde zijn er problemen met de lokale bevolking. De Masai-stam bijvoorbeeld, laat haar kuddes met koeien vaak ’s nachts in de reservaten grazen, als er geen toeristen zijn. Regelmatig worden de koeien dan door leeuwen gedood. De bevolking neemt daarop het heft in eigen hand en probeert met giftige pesticiden de roofdieren te doden, die meestal naar de kadavers terug komen. Oplossingen hiervoor zouden kunnen zijn: het veranderen van de tijd van grazen (overdag i.p.v. ’s nachts), het aanstellen van de lokale bevolking als beschermers (rangers) van een natuurgebied om besef voor natuurbehoud te creeëren en het opleiden van honden die de kuddes beschermen tegen roofdieren. Met deze laatste maatregel zou al een afname van 80 procent bereikt kunnen worden met betrekking tot het doden van roofdieren vanwege het aanvallen van veekuddes.

Om ervoor te zorgen dat er minder bedreigde dieren uitsterven in Afrika moeten de stropers worden aangepakt, trophy hunting worden afgeschaft en de lokale bevolking moet zich aanpassen.

Toelichting 4 kwaliteitsaspecten

1. Informatie

  • De kerninformatie uit de bronnen is aanwezig in de tekst.
  • De kernideeën worden bondig en duidelijk omschreven.
    Bijvoorbeeld: Zowel stroperij, trofeejagen als het mens-dierconflict worden toegelicht (wie, wat, hoe, waarom?).
  • De belangrijke aanvullende informatie uit de bronnen is aanwezig in de tekst.
    Bijvoorbeeld: De oplossingen voor de verschillende problemen komen aan bod en worden duidelijk toegelicht.
  • Er is geen irrelevante of foutieve info.

2. Integratie

  • De tekst heeft een overkoepelend thema.
    Bijvoorbeeld: Het overkoepelend thema wordt aangekondigd in de inleiding (populatie wilde dieren loopt terug, dit heeft drie oorzaken) en dit wordt verder in de tekst uitgewerkt.
  • De informatie uit de bronnen is geïntegreerd in een tekst met een eigen structuur waarin de bronnen met elkaar in verband worden gebracht. De tekst bestaat niet uit een samenvoeging van samenvattingen van de verschillende bronnen.
  • Alle bronnen zijn geïntegreerd in de tekst.

3. Samenhang

  • De inhoudelijke samenhang (coherentie) en de vormelijke samenhang (cohesie) zijn goed.
  • De inhoudelijke samenhang is goed. De tekst heeft een duidelijke redeneerlijn waardoor de informatie in de tekst goed te volgen is.
  • Er is een correcte alinea-indeling.
    Bijvoorbeeld: Elke alinea behandelt een subthema.
  • Er worden ondersteunende cohesie-elementen gebruikt.
    Bijvoorbeeld: ten eerste, ten tweede, ten derde.
  • De inleiding zet de toon en kondigt aan wat er volgt in de tekst.
  • Het slot is ok. Sluit aan op wat er eerder in de tekst staat, maar is wel vrij beperkt.
  • De titel is goed.

4. Taal

  • Enkele taalfouten, voornamelijk slordigheden.
    Bijvoorbeeld: Internationae, in de VS … erkent, troffeeën.
  • Zinsconstructie is goed.
  • Woordgebruik is goed.
    Bijvoorbeeld: De informatie uit de bronnen is in eigen woorden weergegeven.
  • Stijl is ok.
  • Interpunctie is overwegend correct.

 

Klaar met het bekijken van deze toelichtingen? Ga verder met de volgende stappen van de feedback.