Feedback (FTR2) – Toelichting 1 (100)

Wilde dieren in Afrika

Deze tekst gaat over de situatie van diersoorten op het continent Afrika. Het gaat over het bedreigen van de dieren en de stroperij van de dieren.

In Afrika zijn er veel problemen met de wilde dieren. Er zijn zelfs landen die vergunningen verkopen voor het afschieten van wilde dieren , ze zeggen dat ze dat geld gebruiken voor ontwikkelings zaken. In de meeste gevallen komt dit geld gewoon terecht in de handen van corrupte bestuurders en ambtenaren. Na de dood van de leeuw Cecil is hier veel ophef over gekomen. Veel bekende mensen voeren strijd om de jachttrofeeën illegaal te maken in de VS, zodat mensen niet meer naar Afrika geen om de dieren af te schieten. De populatie van de wilde dieren is namelijk al 80% afgenomen vergeleken met 50 jaar geleden.

Stroperij naar Azië is ook een erg groot probleem. Dit is de grootste oorzaak van het dalen van het aantal wilde dieren. Met de moderne technologie hebben stropers steeds betere middelen, zoals geweren, helikopters en nachtkijkers. Zo is hert erg lastig voor de parkrangers om ze tegen te houden. Ivoor van slachtanden en hoorns leveren veel geld op in Azië. Mensen in Azië geloven dat ivoor speciale krachten heeft en daarom betalen ze er veel geld voor, omdat stropers er veel geld voor krijgen kunnen ze betere dingen aanschaffen om steeds meer dieren te doden.

De bevolking van de Afrikaanse landen heeft last van de wilde dieren. Ze eten gewassen op en doden het vee. Daarom doodt de bevolking wel eens een wild dier. Onderzoekers werken samen met de bevolking en bedenken oplossingen voor deze problemen. Zoals honden inschakelen, het vee op bepaalde plekken en bepaalde tijden laten grazen en voorlichtingen geven aan de bevolking en toeristen. De bevolking betrekken helpt dus erg. De overheid moet de bevolking in deze dingen steunen.

Er zijn dus veel problemen in het Afrikaans dieren rijk. De WWF probeert deze tegen te gaan, maar krijgt niet altijd steun van de vaak corrupte overheden van de Afrikaanse landen. De jacht en dde bevolking die dieren dood is een afnemend probleem. De stroperij is ernstig en als dit zo doorgaat zijn er dadelijk geen olifanten en neushoorns meer.

Toelichting 4 kwaliteitsaspecten

1. Informatie

  • De kerninformatie uit de bronnen is aanwezig in de tekst. De meeste kernideeën worden bondig maar duidelijk en volledig omschreven. Een deel van de informatie kan duidelijker toegelicht worden.
    Bijvoorbeeld: De stroperij en het mens-dier conflict worden duidelijk omschreven.
    Bijvoorbeeld: De informatie omtrent het trofeejagen is niet volledig duidelijk. Pas op het einde van de alinea wordt het voor de lezer duidelijk wat trofeejagen is. De context kan duidelijker.
  • De tekst bevat de nodige belangrijke aanvullende informatie.
    Bijvoorbeeld: De oplossingen voor elk van de 3 bedreigingen komen aan bod en worden duidelijk uitgelegd.
  • De informatie is grotendeels relevant. De elementen die minder relevant zijn, zijn niet storend voor het begrip.
    Bijvoorbeeld: Minder relevante info: “ Na de dood van de leeuw Cecil is hier veel ophef over gekomen”.
  • De informatie is grotendeels correct. De elementen die niet volledig correct zijn, zijn niet storend voor het begrip.
    Bijvoorbeeld: Er wordt in de tekst gezegd dat stroperij de grootste bedreiging is. Dit wordt echter niet in de bronnen gezegd.

2. Integratie

  • Poging tot integratie van de bronnen.
  • De tekst heeft een overkoepelend thema. Al wordt dit niet meteen duidelijk in het begin van de tekst.
    Bijvoorbeeld: Het overkoepelend thema wordt niet aangekondigd in de inleiding, maar wordt pas duidelijk later in de tekst.
  • Er worden verbanden gelegd tussen de bronnen, maar die verbanden zijn niet altijd correct.
    Bijvoorbeeld: De oplossingen van het mens-dier conflict worden correct gekoppeld aan de uitleg over wat het conflict inhoudt.
    Bijvoorbeeld: De informatie omtrent de dalende cijfers in de dierenpopulaties wordt gekoppeld aan de informatie over trofeejagen. De dalende populatie is echter toe te schrijven aan zowel trofeejagen als het mens-dierconflict en stroperij.
  • Alle bronnen zijn verwerkt in de tekst.

3. Samenhang

  • Zowel de inhoudelijke samenhang (coherentie) als de vormelijke samenhang (cohesie) zijn redelijk goed.
  • De inhoudelijke samenhang is vrij goed, maar kan beter.
  • Er is een redeneerlijn waardoor de informatie in de tekst goed te volgen is.
  • Maar de overgangen tussen de alinea’s zijn soms vrij bruusk.
  • De alinea-indeling is correct.
  • Er worden ondersteunende cohesie-elementen gebruikt, maar dit is wel beperkt.
    Bijvoorbeeld: ook, dus.
  • De tekst heeft een zwakke inleiding. De inleiding is heel beperkt en kondigt niet aan wat er in de tekst gaat volgen.
    Bijvoorbeeld: Na het lezen van de inleiding, krijg je als lezer de indruk dat de tekst gaat over stroperij. Het is niet duidelijk dat de tekst zal gaan over verschillende oorzaken die ervoor zorgen dat de dieren in Afrika bedreigd zijn.
  • Het slot is goed. Sluit aan op wat er eerder in de tekst staat, zonder in herhaling te vallen. Rondt de tekst goed af.
  • De titel is zwak. De titel is te algemeen.

4. Taal

  • De tekst bevat weinig taalfouten (voornamelijk spelling). De fouten zijn niet storend.
    Bijvoorbeeld: slachtanden, ontwikkelings zaken.
  • De zinsconstructie en woordkeuze zijn ok, maar kunnen beter.
    Bijvoorbeeld: De tekst is vrij vlot geschreven. De schrijver heeft de meeste dingen in zijn/ haar eigen woorden verwoord.
  • Stijl is ok.
  • Interpunctie is overwegend correct.

Klaar met het bekijken van deze toelichtingen? Ga verder met de volgende stappen van de feedback.