Feedback (FTR2) – Toelichting 1 (112,5)

Bedreigde Afrikaanse dieren

Volgens recente onderzoeken is de populatie wilde dieren in Afrika de afgelopen 50 jaar sterk gedaald. Zo ging de olifant van 1,3 miljoen in 1960 naar 400 duizend in 2015 en ging de leeuw van 200 duizend in 1960 naar 15 duizend in 2015. Ernstige getallen, want als deze daling blijft aanhouden, zullen Afrikaanse dieren misschien wel uitsterven.

Deze ernstige getallen zijn voornamelijk de gevolgen van stroperij, trophy hunting en conflicten tussen mensen en dieren.

Stroperij is het jagen op dieren door stropers, die hierbij zware wapens gebruiken om dieren te doden. Ook verdedigen zij zichzelf tegen de rangers, die deze dieren beschermen. Stroperij komt doordat verschillende lichaamsdelen van Afrikaanse dieren, zoals de kop en de huid, erg in trek zijn. Zo gelooft men in China dat een hoorn van een neushoorn bijzondere krachten heeft en worden ivoren slagtanden gebruikt voor de modernste sieraden.

Trophy hunting, ookwel trofeejagen, is een legale jacht waarbij de jagers zelf de ‘voorwerpen’ mogen houden, zoals een kop, de huid of poten. Dat dit legaal is, verbaast je misschien. Er zijn reisorganisaties die deze tripjes aanbieden waarvoor je een jachtvergunning moet hebben. Zo’n jachtvergunning kost geld, wat vaak naar mensen gaat die geen belang hebben bij de dieren en hun leefomgeving.

Ook al is er veel ophef over deze Trophy hunting, na de dood van de bekende leeuw Cecil is er nog steeds geen maatregel genomen. Pas als een dier officieel met uitsterven wordt bedreigd, mogen jachttrofeeën ervan niet meer ingevoerd worden.

Veel wilde dieren leven aan de rand of buiten beschermde reservaten en delen dus hun omgeving met de lokale bevolking. Wilde dieren vernietigen gewassen en doden het vee. Hierdoor komt er meer ophef tussen mensen en dieren waarbij de mensen het heft in handen nemen; zij doden wilde dieren.

Om ervoor te zorgen dat minder wilde dieren en vee sterven, worden de volgende maatregels toegepast:

 

  • Beter veebeheer, waarbij plaats en tijdstip van bijvoorbeeld het grazen van het vee veranderen.
  • Honden inzetten die het vee beschermen. Volgens onderzoek werd 95% minder vee gedood en 80% minder wilde dieren.
  • De lokale bevolking bewust maken van het feit dat veel Afrikaanse dieren in gevaar zijn, en zo hopelijk ze bewust maken van het feit dat dit een ernstig probleem is. Dit kan bijvoorbeeld door middel van rangers.

 

Toelichting 4 kwaliteitsaspecten

1. Informatie

  • De kerninformatie uit de bronnen is aanwezig in de tekst.
  • De kernideeën worden grotendeels bondig en duidelijk omschreven.
    Bijvoorbeeld: Zowel stroperij, trofeejagen als het mens-dierconflict worden toegelicht (wie, wat, hoe, waarom?).
  • De belangrijke aanvullende informatie uit de bronnen is grotendeels aanwezig in de tekst.
    Bijvoorbeeld: Oplossingen voor de verschillende problemen komen aan bod en worden redelijk goed uitgewerkt.
  • De informatie is correct en grotendeels relevant.

2. Integratie

  • Poging tot integratie van de bronnen.
  • De tekst heeft een overkoepelend thema.
    Bijvoorbeeld: Het overkoepelend thema wordt aangekondigd in de inleiding (dieren worden bedreigd op drie verschillende manieren) en dit wordt in de tekst uitgewerkt.
  • De bronnen worden met elkaar in verband gebracht. De tekst bestaat uit meer dan een samenvoeging van samenvattingen van de verschillende bronnen.
  • Alle bronnen zijn verwerkt in de tekst.

3. Samenhang

  • De inhoudelijke samenhang (coherentie) is goed en de vormelijke samenhang (cohesie) is vrij goed.
  • De inhoudelijke samenhang is goed, de tekst heeft een duidelijke redeneerlijn waardoor de informatie in de tekst goed te volgen is.
  • De alinea-indeling is grotendeels correct.
    Bijvoorbeeld: Elke alinea behandelt een subthema.
    Bijvoorbeeld: De tweede alinea is niet correct. Deze bestaat slechts uit één zin en hoort inhoudelijk nog bij de eerste alinea.
  • De overgangen tussen de alinea’s zijn vrij bruusk.
  • Er worden weinig ondersteunende cohesie-elementen gebruikt.
    Bijvoorbeeld: Alle alinea’s volgen elkaar op als losstaande elementen; geen gebruik van woorden zoals “ten eerste”, “ook”, “tot slot”.
  • De inleiding zet de toon. De inleiding (en de ene zin uit de tweede alinea) introduceert op een vlotte en heldere manier de tekst die volgt.
  • Er is geen slot.
  • Titel is vrij vaag.

4. Taal

  • Weinig taalfouten. Zowel spelling als grammatica zijn goed.
  • Zinsconstructie en woordgebruik zijn goed. De tekst leest vlot.
  • Stijl is redelijk goed.
    Bijvoorbeeld: minder geslaagd: “Dat dit legaal is, verbaast je misschien.”.
  • Interpunctie is overwegend correct.
    Bijvoorbeeld: niet correct: “Trophy hunting” met hoofdletter.

Klaar met het bekijken van deze toelichtingen? Ga verder met de volgende stappen van de feedback.