Feedback (FTR2) – Toelichting 1 (150)

Afrikaanse wilde dieren bedreigd

Recente cijfers geven een grote terugloop aan van de populatie olifanten, zwarte neushoorns, leeuwen, giraffes en cheetas. De vraag is: wat is er aan de hand? Om deze vraag te beantwoorden, overlopen we drie grote bedreigingen waarmee Afrikaanse dieren te maken krijgen.

De Afrikaanse dieren in kwestie leven vaak in natuurreservaten. Naast deze natuurreservaten wonen ook boeren met onder andere koeien. Deze Afrikaanse boeren laten bijvoorbeeld ’s nachts hun koeien in het reservaat lopen. Dit kan tot gevolg hebben dat de wilde dieren deze koeien aanvallen, hen doden en vervolgens de karkassen laten liggen om de volgende dag op te eten. In het verleden is verschillende malen gebleken dat boeren deze koekarkassen bespuiten met vergif, zodat de roofdieren bij hun terugkeer vergiftigd worden. Er is naar deze kwestie ook onderzoek gedaan door de African Wildlife Foundation. Een oplossing zou zijn om het veebeheer aan te pakken. Door bijvoorbeeld de koeien overdag te laten grazen in plaats van ’s nachts, zullen de wilde dieren minder snel de grazende kudde aanvallen.

Een andere grote bedreiging is de stroperij. Vaak betreft dit geen ‘lone wolfs’, maar zijn het goed georganieerde netwerken. Het gaat bij het stropen vaak om de vacht, de hoorns en de ivoren slagtanden. Er is bijvoorbeeld in Azië vraag naar deze producten omdat men gelooft dat ze geneeskrachtige eigenschappen bezitten. Om het stropen tegen te gaan, worden zogenaamde rangers ingezet. Dit zijn patrouilles die de Afrikaanse natuur beschermen ten onder andere stropers. Deze patrouilles kunnen helaas niet altijd even succesvol optreden, omdat de stropers ook vaak beschikken over zware wapens, helikopters en nachtkijkers.

Een ‘legale manier van stropen’ is het trofeejagen. Er is hier sprake van een jacht op vooraf geselecteerde wilde dieren, waarbij de jager een deel van het dier, bijvoorbeeld de kop, mee mag nemen naar zijn eigen land. Er is veel kritiek op deze vorm van jagen. Verschillende beroemdheden voeren ook campagne om bepaalde dieren officieel te erkennen als bedreigd. Als een dier als bedreigd is bestempeld, dan kunnen de trofeeën van dit dier niet langer ingevoerd worden in het land van de jager.

Afrikaanse wilde dieren worden bedreigd door stropers en trofeejagers en zijn in conflict met de boerenbevolking. Om tot een oplossing te komen, zal er door diverse partijen ingegrepen moeten worden, bijvoorbeeld door regeringen, om ervoor te zorgen dat dieren officieel erkend worden als bedreigd. Er gaat echter wel veel tijd overheen, tijd waarin veel bedreigde diersoorten gered kunnen worden.

Toelichting 4 kwaliteitsaspecten

1. Informatie

  • De kerninformatie uit de bronnen is aanwezig in de tekst.
  • De kernideeën worden bondig en duidelijk omschreven.
    Bijvoorbeeld: Zowel stroperij, trofeejagen als het mens-dierconflict worden toegelicht (wie, wat, hoe, waarom?)
  • De belangrijke aanvullende informatie uit de bronnen is grotendeels aanwezig in de tekst.
    Bijvoorbeeld: De oplossingen voor de verschillende problemen komen aan bod en worden duidelijk toegelicht.
    Bijvoorbeeld: Enkel de informatie omtrent de oplossingen voor het mens-dier conflict is beperkt. Er zijn enkele oplossingen niet verwerkt in de tekst.
  • Er is geen irrelevante of foutieve info.

2. Integratie

  • De tekst heeft een overkoepelend thema.
  • De informatie uit de bronnen is geïntegreerd in een tekst met een eigen structuur waarin de bronnen met elkaar in verband worden gebracht. De tekst bestaan niet uit een samenvoeging van samenvattingen van de verschillende bronnen.
    Bijvoorbeeld: De oplossingen voor de verschillende problemen worden goed gekoppeld aan de informatie over de problemen.
  • Alle bronnen zijn geïntegreerd in de tekst.

3. Samenhang

  • De inhoudelijke samenhang (coherentie) en de vormelijke samenhang (cohesie) zijn goed.
  • De inhoudelijke samenhang is heel goed. De tekst heeft een duidelijke redeneerlijn waardoor de informatie in de tekst goed te volgen is.
  • Er is een correcte alinea-indeling.
    Bijvoorbeeld: Elke alinea behandelt een subthema.
  • Er worden ondersteunende cohesie-elementen gebruikt. Er zou wel nog beter gebruik van gemaakt kunnen worden om de grote indeling van de tekst te ondersteunen.
    Bijvoorbeeld: Een andere …, maar, bijvoorbeeld.
    Bijvoorbeeld: cohesie-elementen die voor een nog duidelijkere samenhang zouden kunnen zorgen: Een eerste bedreiging …, ook, tot slot.
  • De inleiding is ok, maar kan beter. De inleiding is heel kort. De inleiding kondigt wel aan wat er gaat volgen, maar zou iets beter toegespitst kunnen worden op de tekst die volgt.
  • Het slot is heel goed. Mooi slot. Sluit aan op wat er eerder in de tekst staat zonder in herhaling te vallen. Bondige conclusie die de tekst goed afrondt.
  • De titel is vrij algemeen.

4. Taal

  • Weinig tot geen taalfouten. Spelling en grammatica zijn goed.
  • Zinsconstructie en woordgebruik zijn goed.
    Bijvoorbeeld: De informatie uit de bronnen is in eigen woorden weergegeven. De tekst leest vlot.
    Bijvoorbeeld: Enkel de inleiding is zwak geformuleerd (bv. om deze vraag te beantwoorden, overlopen we …)
  • Stijl is goed.
  • Interpunctie is correct.

Klaar met het bekijken van deze toelichtingen? Ga verder met de volgende stappen van de feedback.