Feedback (FTA1) – Toelichting 2 (112,5)

Situatie van de bedreigde Afrikaanse wilde dieren

Het aantal wilde dieren in Afrika is sinds 1960 fors gedaald. Dit komt vooral door stroperij, trofeejagers en conflicten tussen de lokale bevolking en de wilde dieren.

De lokale bevolking lijdt vaak onder de aanwezigheid van de wilde dieren in Afrika. De roofdieren vallen hun vee aan en eten het op en grote dieren zoals de olifant verwoesten de landbouwgronden. Daarom schiet de bevolking de dieren af. Mede hierdoor neemt het aantal wilde dieren af. Om dit tegen te gaan worden er projecten opgezet. Het veebeheer wordt onder andere verbeterd, door het vee ’s nachts samen te brengen in omheinde veekralen worden er minder dieren aangevallen. Ook wordt het vee bewaakt door speciaal opgeleide honden en wordt de lokale bevolking betrokken bij het toerisme en natuurbehoud. Ze krijgen een baan aangeboden, waardoor ze het belang van de aanwezigheid van de wilde dieren in gaan zien. Ook wordt afschieten als een te verantwoorden oplossing gezien, mits de opbrengst goed besteed wordt. Er moet hierbij wel rekening worden gehouden met de grootte van de populatie. De regering kan jachtvergunningen aan rijke Amerikanen en Europeanen verkopen die op troffeejacht komen en dit geld besteden aan bijvoorbeeld natuurbehoud, waterputten en scholen.

Maar toch is ook de trofeejacht een groot probleem. De regering steekt het opgeleverde geld namelijk niet in dit soort zaken, maar rechtstreeks in eigen zak. Trofeejagers schieten dieren om ze mee naar huis te nemen om bijvoorbeeld aan de muur te hangen. Zij jagen volkomen legaal wanneer ze een jachtvergunning hebben, maar de regering heeft er geen belang bij deze dieren te beschermen. Er is veel commentaar op het trofeejagen en veel mensen protesten hier dan ook tegen. Er is echter nog niet veel veranderd. Wanneer een diersoort als bedreigde diersoort wordt bestempeld wordt het invoeren van de geschoten dieren wel verboden.

De stroperij blijft een groot probleem. Anders dan trofeejagen is stroperij wel illegaal. Stropers schieten wilde dieren af om bepaalde lichaamsdelen voor veel geld te verkopen.

De wilde dieren in Afrika worden bedreigd door de mens. Daarom worden er grote projecten opgezet om de wilde dieren te behouden. Dit blijft helaas lastig, omdat er meerdere oorzaken zijn.

Toelichting 4 kwaliteitsaspecten

1. Informatie

  • De kerninformatie uit de bronnen is aanwezig in de tekst.
  • De meeste kernideeën worden grotendeels bondig en duidelijk omschreven. Een deel van de informatie ontbreekt of komt niet duidelijk naar voren.
    Bijvoorbeeld: Trofeejagen en het mens-dierconflict worden helder toegelicht (wie, wat, hoe, waarom?).
    Bijvoorbeeld: De informatie over de stroperij is heel beperkt (bv. waarom wordt er gestroopt? waarom levert het veel geld op?).
  • De belangrijke aanvullende informatie uit de bronnen is grotendeels aanwezig in de tekst.
    Bijvoorbeeld: De oplossingen voor het trofeejagen en het mens-dier conflict worden duidelijk verwerkt in de tekst.
    Bijvoorbeeld: Er ontbreekt informatie over oplossingen voor de stroperij.
  • De informatie is relevant en correct.

2. Integratie

  • Poging tot integratie van de bronnen.
  • De tekst heeft een overkoepelend thema.
    Bijvoorbeeld: Het overkoepelend thema wordt aangekondigd in de inleiding (de populatie dieren in Afrika is gedaald, dit heeft drie oorzaken) en dit wordt in de tekst uitgewerkt.
  • De bronnen worden met elkaar in verband gebracht. De tekst bestaat uit meer dan een samenvoeging van samenvattingen van de verschillende bronnen.
    Bijvoorbeeld: De oplossingen voor elk probleem worden goed gekoppeld aan de problemen.
    Bijvoorbeeld: Goede vergelijking tussen trofeejagen en stropen (legaal versus illegaal).
  • Er is één (moeilijk te integreren) bron die niet volledig geïntegreerd wordt in de tekst.
    Bijvoorbeeld: Tabel met cijfermateriaal over de bedreigde dieren wordt niet duidelijk verwerkt.

3. Samenhang

  • De inhoudelijke samenhang (coherentie) is heel goed, de vormelijk samenhang (cohesie) is goed.
  • De inhoudelijke samenhang is heel goed, de tekst heeft een duidelijke redeneerlijn waardoor de tekst goed te volgen is.
    Bijvoorbeeld: De verbanden tussen de bronnen worden inhoudelijk heel goed naar voren gebracht. Zo eindigt de tweede alinea bijvoorbeeld met informatie over jachtvergunningen als oplossing voor het mens-dier conflict; dit vormt de overgang naar de derde alinea waarin gesproken wordt over het mens-dier conflict.
  • Er is een correcte alinea-indeling.
    Bijvoorbeeld: Elke alinea behandelt een subthema.
  • Er worden ondersteunende cohesie-elementen gebruikt, dit is echter wel beperkt.
    Bijvoorbeeld: maar toch … ook
  • De inleiding is ok. De inleiding kondigt het thema aan, maar is wel heel beperkt.
  • Het slot is ok, maar beperkt.
  • Titel is vrij vaag.

4. Taal

  • Weinig taalfouten. Zowel spelling als grammatica zijn goed.
  • Zinsconstructie en woordgebruik zijn goed. De tekst leest vlot. De schrijver heeft veel in zijn/ haar eigen woorden geformuleerd.
  • Stijl is goed.
  • Interpunctie is overwegend correct.

Klaar met het bekijken van deze toelichtingen? Ga verder met de volgende stappen van de feedback.