Feedback (FTA1) – Toelichting 2 (137,5)

Bedreigde Afrikaanse wilde dieren

Het Afrikaans wild is in gevaar. In de gegevens over het aantal wilde dieren in Afrika zijn drastische kelderingen van het aantal dieren te zien. Waar er in 1960 nog 1 300 000 olifanten en 200 000 leeuwen waren zijn er in 2015 nog maar 400 000 olifanten en 15 000 leeuwen. Dit is pas het topje van de ijsberg, want bij diersoorten als de zwarte neushoorn, de giraf en de cheeta zijn soortgelijke kelderingen te zien.

Deze afname van het aantal dieren heeft drie oorzaken:

Ten eerste zijn de dieren het slachtoffer van stroperij. Delen van dieren zoals slagtanden, vacht en hoorns brengen veel geld op. Goed georganiseerde organisaties die over vele middelen beschikken jagen op deze dieren om bergen met geld te verdienen.

Ten tweede is er een conflict tussen de lokale bevolking en wilde dieren. De wilde dieren verwoesten namelijk gewassen en doden vee. Hier is de bevolking niet blij mee en om dit tegen te gaan doodt de bevolking dieren. Een actueel voorbeeld hiervan is de dood van drie leeuwen door de Masai familie. De Masai familie leeft aan de rand van een natuurreservaat en een paar van hun koeien liepen ’s nachts in het territorium van de Marsh Pride (leeuwen). De leeuwen doodden een paar koeien en als wraak goot de familie giftige pesticide over de overblijfselen van de koeien. Toen de leeuwen terugkwamen en verder aten stierven ze.

Ten derde zorgt het legale trofeejagen voor een afname van het aantal dieren. Jachtvergunningen worden door overheden verkocht in het kader van het financieren van natuurbehoudsprojecten, maar het geld verdwijnt in verkeerde zakken. In de tussentijd worden er wel veel dieren gedood en meegenomen naar het land van origine van de jager. De leeuw Cecile, die onlangs in het nieuws was, was ook een slachtoffer van trofeejagers en haar dood riep veel vragen op in de media.

Om de situatie van de bedreigde Afrikaanse wilde dieren te verbeteren zullen de stroperij, het conflict en het trofeejagen een halt toegeroepen moeten worden.

Voor een betere relatie tussen bevolking en dier moet er beter veebeheer komen zodat de wilde dieren niet meer het vee opeten. Ook moet de lokale bevolking betrokken worden bij toerisme en natuurbehoud. De stroperij kan tevens afnemen door toezicht.

Om de Trofeejacht een halt toe te roepen, wil men dat de VS bedreigde dieren een officiele status als bedreigd dier geeft. Op deze manier kunnen ze niet meer ingevoerd worden in andere landen en zullen de trofeejachten afnemen.

Toelichting 4 kwaliteitsaspecten

1. Informatie

  • De kerninformatie uit de bronnen is aanwezig in de tekst.
  • De kernideeën worden grotendeels bondig en duidelijk omschreven. De informatie is wel vrij beperkt.
    Bijvoorbeeld: Zowel stroperij, trofeejagen als het mens-dierconflict worden toegelicht, maar de informatie is vrij beperkt, bv. waarom stropen de bendes? waarom levert hen dit veel geld op?
  • De belangrijke aanvullende informatie uit de bronnen is grotendeels aanwezig in de tekst. Enkele ideeën komen niet voldoende duidelijk naar voren in de tekst.
    Bijvoorbeeld: De oplossingen voor stroperij en het mens-dier conflict zijn vrij vaag. Het is voor de lezer niet helemaal duidelijk wat bv. “beter veebeheer” en “toezicht” inhouden.
  • De informatie is grotendeels relevant. De minder relevante informatie is niet storend voor het begrip.
    Bijvoorbeeld: minder relevante info: het verhaal over de Masai familie en de Marsh Pride.
  • De informatie is correct.

2. Integratie

  • De integratie van de bronnen is goed.
  • De tekst heeft een overkoepelend thema.
    Bijvoorbeeld: Het overkoepelend thema wordt aangekondigd (de afname van het aantal dieren heeft drie oorzaken) en dit wordt in de tekst uitgewerkt.
  • De informatie uit de bronnen is geïntegreerd in een tekst met een eigen structuur waarin de bronnen met elkaar in verband worden gebracht. De tekst bestaan niet uit een samenvoeging van samenvattingen van de verschillende bronnen.
    Bijvoorbeeld: In de laatste alinea worden de verschillende oplossingen samengebracht.
  • Alle bronnen worden verwerkt in de tekst.

3. Samenhang

  • De inhoudelijk samenhang (coherentie) is heel goed, de vormelijke samenhang (cohesie) is vrij goed, maar kan beter.
  • De inhoudelijke samenhang is heel goed, de tekst heeft een duidelijke redeneerlijn waardoor de informatie in de tekst goed te volgen is.
  • De alinea-indeling kan beter.
    Bijvoorbeeld: De tweede alinea bestaat slechts uit één korte zin.
    Bijvoorbeeld: De oplossingen staan vermeld in meerdere (weliswaar opeenvolgende) alinea’s. Inhoudelijk passen ze samen, dus deze informatie kon in 1 alinea gegroepeerd worden.
  • Er worden ondersteunende cohesie-elementen gebruikt.
    Bijvoorbeeld: ten eerste, ten tweede, ten derde
  • De inleiding zet de toon. De inleiding introduceert op een heldere manier de tekst die volgt.
  • Het slot is vrij goed, maar kan beter.
    Bijvoorbeeld: De tekst wordt afgerond met een alinea waarin de oplossingen worden voorgesteld. Deze alinea had nog gevolgd kunnen worden door een meer algemene conclusie.
  • Titel is ok, maar kan beter. De titel is vrij vaag.

4. Taal

  • Weinig taalfouten. Zowel spelling als grammatica zijn goed.
  • Zinsconstructie en woordgebruik zijn goed, maar kunnen beter. De tekst leest vlot. De schrijver heeft de informatie grotendeels in zijn/ haar eigen woorden weergegeven.
    Bijvoorbeeld: herhaling van bepaalde woorden zoals “kelderingen”.
    Bijvoorbeeld: betere formulering mogelijk, bv. “hier is de bevolking niet blij mee”.
  • Stijl is goed.
  • Interpunctie is overwegend correct.

Klaar met het bekijken van deze toelichtingen? Ga verder met de volgende stappen van de feedback.