Feedback (FTA2) – Toelichting 2 (112,5)

Tegenwoordig zijn veel mensen op de hoogte van het feit dat veel wilde dieren in Afrika met uitsterven bedreigd worden. De populaties zijn vaak gekrompen van honderdduizenden individuen, naar enkele duizenden. Echter denken de meeste mensen daarbij meteen aan stropen, ook al is dit niet per sé de grootste bedreiging voor deze dieren. Maar wat zijn dan wél de voornaamste factoren die ervoor zorgen dat deze dieren op uitsterven staan?

Één van de gevaarlijkste dingen waar deze dieren dagelijks mee te maken hebben, is de lokale bevolking. Deze mensen houden vee, en verbouwen gewassen, ze willen natuurlijk voorkomen dat neushoorns hun gewassen vertrappen, of dat leeuwen hun vee opeten. Dit laatste gebeurde bijvoorbeeld bij de Masai stam in Kenya. Toen zij ’s ochtends de aangevreten karkassen van hun vee aantroffen, hebben ze deze vergiftigd, omdat ze wisten dat de leeuwen later terug zouden komen. Zo gebeurt het bij veel stammen. Dat de leeuwen toeslaan heeft er vooral mee te maken dat de boeren hun vee ’s nachts laten grazen, wanneer de leeuwen jagen. Op bepaalde plekken zie je namelijk dat door coördinatie van de boeren en de reservaten, er een stuk minder vee vermoord wordt, en daarom ook een stuk minder wilde dieren.

Je denkt nu misschien dat slechts de lokale bevolking verantwoordelijk is voor de dood van deze wilde dieren, maar ook toeristen vormen een groot probleem.

Er komen namelijk veel toeristen, nadat ze op vakantie zijn geweest in een Afrikaans land, met een leeuwenkop of poot terug. Deze mensen doen aan trofeejagen, het jagen op van te voren geselecteerde wilde dieren, vooral ‘Big Game’ zoals leeuwen en olifanten.

Een recent voorbeeld van een slachtoffer van dit trofeejagen is uiteraard de inmiddels wereldberoemde leeuw Cecil. Deze werd doodgeschoten door de Amerikaanse tandarts Walter Palmer. Dat er aan trofeejagen lokaal niks gedaan wordt, komt doordat het in landen waar dit legaal is, je er een vergunning voor moet kopen. Het geld hiervoor gaat direct naar de ambtenaren, die hierover gaan.

De laatste bedreiging die ik zal noemen zijn natuurlijk de beruchte stropers. Mensen denken hierbij vaak aan een paar mannen met jachtgeweren die onvoorbereid door de jungle wandelen. Niets is echter minder waar. Dit zijn grote georganiseerde bendes, die zeker niet bang zijn om geweld te gebruiken als ze ontdekt worden. Er wordt vooral gestroopt door de grote vraag naar ivoor, en neushoorn hoorns voor bijgelovige rituelen en medicijnen in Zuid-Oost Azië.

Er zijn dus een hoop verschillende factoren die deze dieren met uitsterven doen bedreigen, en ze zijn niet allen zwart-wit. Het oplossen is dus nog niet zo simpel.

Toelichting 4 kwaliteitsaspecten

1. Informatie

  • De kerninformatie uit de bronnen is aanwezig in de tekst.
  • De kernideeën worden bondig en duidelijk omschreven.
    Bijvoorbeeld: Zowel stroperij, trofeejagen als het mens-dierconflict worden duidelijk toegelicht.
    Bijvoorbeeld: Het mens-dier conflict wordt uitgelegd aan de hand van een voorbeeld, maar dit voorbeeld wordt wel goed verwerkt in de tekst en er wordt ook een generalisatie gemaakt zodat het voor de lezer duidelijk is wat het conflict algemeen inhoudt.
  • De belangrijke aanvullende informatie uit de bronnen is deels aanwezig in de tekst. Enkele ideeën komen niet aan bod.
    Bijvoorbeeld: De oplossingen voor het mens-dier conflict zijn verwerkt in de tekst. De oplossingen voor het trofeejagen en het stropen komen echter niet aan bod in de tekst.
  • De informatie is grotendeels relevant. De informatie die minder relevant is, is niet storend voor het begrip.
    Bijvoorbeeld: minder relevante info: “Deze werd doodgeschoten door de Amerikaanse tandarts Walter Palmer.”.
  • De informatie is correct.

2. Integratie

  • Poging tot integratie van de bronnen.
  • De tekst heeft een overkoepelend thema, maar dat kan duidelijker naar voren gebracht worden.
    Bijvoorbeeld: Het overkoepelend thema wordt aangekondigd in de inleiding, maar dit is vrij beperkt (er zijn een aantal factoren waardoor dieren met uitsterven bedreigd zijn).
  • De tekst is eerder een samenvoeging van samenvattingen van de verschillende bronnen (dan een echte synthese). Maar er worden wel enkele verbanden tussen de bronnen gelegd.
    Bijvoorbeeld: De oplossingen voor het mens-dier conflict worden goed gekoppeld aan de informatie omtrent het probleem.
  • Alle bronnen zijn verwerkt in de tekst.

3. Samenhang

  • De inhoudelijke samenhang (coherentie) is goed en de vormelijke samenhang (cohesie) is vrij goed.
  • De inhoudelijke samenhang is goed, de tekst heeft een duidelijke redeneerlijn waardoor de informatie in de tekst goed te volgen is.
  • De alinea-indeling is deels correct.
    Bijvoorbeeld: Alinea 3, 4 en 5 horen inhoudelijk samen. Deze informatie hoort dus samen in één alinea te staan.
  • Er worden ondersteunende cohesie-elementen gebruikt.
    Bijvoorbeeld: slechts … maar ook, namelijk, de laatste, dus.
  • De inleiding is ok, maar kan beter.
    Bijvoorbeeld: De inleiding start goed met de informatie over de dalende populaties. Maar daarna lijkt het alsof stropen geen hele grote bedreiging is en de tekst zal gaan over andere (veel grotere) bedreigingen.
  • Het slot is ok, maar kan beter. Het slot is vrij beperkt en vaag.
  • Er is geen titel.

4. Taal

  • Weinig taalfouten.Zowel spelling als grammatica zijn goed.
  • Zinsconstructie en woordgebruik zijn ok. De schrijver heeft de informatie in zijn/ haar eigen woorden weergegeven.
  • Stijl kan beter.
    Bijvoorbeeld: minder goede stijl: “je denkt nu misschien …”, “de laatste bedreiging die ik zal noemen …”.
  • Interpunctie is overwegend correct.

Klaar met het bekijken van deze toelichtingen? Ga verder met de volgende stappen van de feedback.