Feedback (FTA2) – Toelichting 2 (162,5)

Bedreigde dieren in Afrika

De populatie van wilde dieren in Afrika krimpt enorm. Zo is het aantal zwarte neushoorns sinds 1960 afgenomen van 100.000 dieren naar 3050 dieren. Ook de leeuw heeft het zwaar; waren er in 1960 nog 200.000 leeuwen, nu zijn dat er nog maar 15.000.

De hoofdoorzaak van deze krimp zijn de stropers; stroperbendes jagen op wilde dieren voor hun slagtanden of hoorns, die op de zwarte markt veel geld waard zijn. De jagers zijn goed georganiseerd in grote stropernetwerken, en beschikken over zwaar wapentuig. Het WWF heeft een vrij onorthodoxe oplossing voor dit probleem gevonden; de zogeheten uitschakelingsaanpak, waarbij regeringen jachtvergunningen verkopen die het doden van een bepaald aantal dieren legitimiseren. Er wordt natuurlijk wel voor gezorgd dat er niet zoveel dieren gedood worden dat de dierenpopulatie nog meer bedreigd wordt. Het geld dat hiermee wordt verdiend, wordt gebruikt voor het behoud van de natuur en het bestrijden van stropers.

Een andere oorzaak van de afname van dieren in Afrika zijn de trofeeënjagers. Dit zijn plezierjagers, die een vooraf gekozen dier doden en vervolgens een lichaamsdeel (de kop, de huid, of zelfs het hele karkas) meenemen naar huis om mee te pronken. Ook dit probleem wordt bestreden; veel celebrities voeren campagne tegen trofeeënjagers en willen dat de regering van de Verenigde Staten deze dieren als bedreigd erkent om de dieren zo beschermd te maken.

Verder brengt het conflict tussen dieren en de lokale bevolking de dierenpopulatie ook in gevaar. De dieren zorgen voor veel overlast bij de bevolking; ze brengen vaak de oogst en het vee in gevaar. De bevolking bestrijdt deze overlast door de dieren te doden, wat de populatie uiteraard geen goed doet. Om dit probleem op te lossen hebben NGO’s ingegrepen in een aantal Afrikaanse landen. Zo hebben ze de bevolking geleerd om het vee anders te beheren en weg te houden van de wilde dieren. Ook hebben ze waakhonden ingeschakeld, en de bevolking betrokken bij het behoud van de natuur en het bijbehorende toerisme. Zo waardeert de bevolking de natuur meer, en zal ze hier beter voor zorgen.

Al met al wordt de dierenpopulatie in Afrika dus wel bedreigd, maar deze bedreiging wordt wel bestreden. Door middel van directe bestrijding van stropers, campagne van bekende sterren, en betrekking van de lokale bevolking worden de Afrikaanse dieren beschermd.

Toelichting 4 kwaliteitsaspecten

1. Informatie

  • De kerninformatie uit de bronnen is aanwezig in de tekst.
  • De kernideeën worden bondig en duidelijk omschreven.
    Bijvoorbeeld: Zowel stroperij, trofeejagen als het mens-dierconflict worden toegelicht (wie, wat, hoe, waarom?)
  • De belangrijke aanvullende informatie uit de bronnen is grotendeels aanwezig in de tekst.
    Bijvoorbeeld: De oplossingen voor de verschillende problemen komen aan bod en worden duidelijk toegelicht. Een deel van de informatie omtrent de oplossing voor het mens-dier conflict ontbreekt echter (celebreties voeren inderdaad campagne om de dieren te erkennen als bedreigd, maar de tekst vermeldt niet dat de campagnes eisen dat de import dan verboden wordt).
  • De informatie is relevant en correct.

2. Integratie

  • De integratie van de bronnen is goed.
  • De tekst heeft een overkoepelend thema.
  • De informatie uit de bronnen is geïntegreerd in een tekst met een eigen structuur waarin de bronnen met elkaar in verband worden gebracht. De tekst bestaan niet uit een samenvoeging van samenvattingen van de verschillende bronnen.
  • Alle bronnen zijn geïntegreerd in de tekst.

3. Samenhang

  • Zowel de inhoudelijke samenhang (coherentie) als de vormelijke samenhang (cohesie) zijn goed.
  • De inhoudelijke samenhang is goed, de tekst heeft een duidelijke redeneerlijn waardoor de informatie in de tekst goed te volgen is.
  • Er is een correcte alinea-indeling.
    Bijvoorbeeld: Elke alinea behandelt een subthema.
  • Er worden ondersteunende cohesie-elementen gebruikt.
    Bijvoorbeeld: een andere oorzaak, ook, al met al.
  • De inleiding is goed. De inleiding schetst de context, maar kan iets duidelijker aangeven wat de lezer kan verwachten in het vervolg van de tekst.
  • Het slot is goed.
  • De titel is vrij vaag.

4. Taal

  • Weinig taalfouten.
  • Zinsconstructie en woordgebruik zijn goed. De tekst leest vlot. De schrijver heeft de informatie uit de bronnen in zijn/ haar eigen woorden geformuleerd.
  • Stijl is goed.
  • Interpunctie is overwegend correct.

Klaar met het bekijken van deze toelichtingen? Ga verder met de volgende stappen van de feedback.