Feedback (FTA1) – Toelichting 2 (87,5)

De populatie wilde dieren in Afrika heeft te lijden onder de stroperij, trofeejagers en het conflict met de lokale bevolking. Het aantal olifanten is drastisch afgenomen van 1.300.000 olifanten in 1960 naar 400.000 olifanten in 2015. In deze synthesetekst zullen we het daarom hebben over de situatie van de bedreigde Afrikaanse wilde dieren.

Een groot deel van de wilde dieren bevinden zich buiten of aan de rand van de beschermde reservaten. Ze delen hun territorium met de lokale bevolking. Dit leidt tot een verhoging van de conflicten tussen mens en dier. Een voorbeeld hiervan is de leeuwen van de Marsh Tripe troep. ’s Nachts doodden de wilde leeuwen van de beroemde Marsh Tripe troep enkele koeien die toebehoren aan de lokale bevolking. Hierdoor neemt de lokale bevoking het heft in eigen handen en doden zij de wilde dieren.De koeien worden door de lokale bevolking vaak ’s nachts vrijgelaten zodat ze gras kunnen eten daardoor slaan de leeuwen toe, maar door kleine aanpassingen kan dit verkomen worden. Door het aanpassen van de plaats en tijdstip van activiteiten, dan zullen de wilde dieren minder in verleiding zijn om toe te slaan.

Stropen van wilde dieren is een grote bedreiging voor het voortbestaan van vele soorten. De stropers maken vaak deel van misdaadnetwerken die beschikken over helikopters en nachtkijkers om patrouilles te ontlopen. Stropers verkopen bepaalde lichaamsdelen, bijvoorbeeld horens, voor hoge sommen geld. De markt is het grootst in Azië, daarom zullen de stropers niet ophouden totdat de regeringen in Azië er iets aan doen.

Nog een bedreiging voor het voortbestaan van de wilde dieren is de trofeejagers. De trofeejagers. Trofeejagen is een legale jacht op vooraf geselecteerde wilde dieren waarbij de trofeejager de overblijfselen van een dier meeneemt naar huis. In sommige Afrikaanse landen is dit volledig legaal, daarom zullen er dus weinig tot geen consequenties zijn voor het doden van wilde dieren. Er zijn zelfs reisorganisaties die deze jachten organiseren. Een enige oplossing voor dit probleem is het erkennen van verschillende dieren als bedreigd. Hiermee kunnen de trofeejagers hun ‘trofee’ niet meer mee naar huis nemen.

Toelichting 4 kwaliteitsaspecten

1. Informatie

  • De kerninformatie uit de bronnen is aanwezig in de tekst. De kernideeën worden bondig maar duidelijk omschreven.
    Bijvoorbeeld: De 3 bedreigingen voor wilde dieren worden genoemd en omschreven. Er is voldoende context om te begrijpen wat de problemen inhouden.
  • De meeste belangrijke aanvullende informatie uit de bronnen is aanwezig in de tekst. Sommige informatie ontbreekt echter.
    Bijvoorbeeld: Voor elk van de drie problemen worden er oplossingen gegeven. De oplossingen voor het mens-dier conflict zijn echter niet volledig.
  • De informatie is grotendeels relevant. De elementen die niet volledig relevant zijn, zijn niet storend voor het begrip.
    Bijvoorbeeld: Minder relevante info: “een voorbeeld hiervan zijn de leeuwen van de Marsh troep”.
  • De informatie is correct.

2. Integratie

  • Poging tot integratie van de bronnen.
  • De tekst heeft een overkoepelend thema.
    Bijvoorbeeld: Het overkoepelend thema wordt aangekondigd in de inleiding.
  • De tekst is eerder een samenvoeging van samenvattingen van de verschillende bronnen (dan een echte synthese). Maar er worden wel enkele verbanden tussen de bronnen gelegd.
    Bijvoorbeeld: De oplossingen voor het mens-dier conflict staan in een andere bron dan de toelichting wat het mens-dier conflict inhoudt, maar dit wordt in deze tekst wel aan elkaar gekoppeld.
  • Alle bronnen zijn verwerkt in de tekst.

3. Samenhang

  • De inhoudelijke samenhang(coherentie) is goed, de vormelijke samenhang (cohesie) kan beter.
  • Er is een redeneerlijn waardoor de informatie in de tekst goed te volgen is.
  • Maar de overgangen tussen de alinea’s zijn soms vrij bruusk.
  • De alinea-indeling is correct.
    Bijvoorbeeld: Elke alinea behandelt een subthema.
  • Er worden weinig ondersteunende cohesie-elementen gebruikt.
    Bijvoorbeeld: Alle alinea’s volgen elkaar op als losstaande elementen; geen gebruik van woorden zoals “ten eerste”, “ook”, “tot slot”.
  • De tekst heeft een vrij goede inleiding. De inleiding is bondig. Ze kondigt het thema aan.
  • Het slot ontbreekt. De tekst stopt abrupt.
  • Er ontbreekt een titel.

4. Taal

  • De tekst bevat een aantal taalfouten, al zijn ze niet heel storend. Het gaat voornamelijk om slordigheden.
  • De zinsconstructie en woordkeuze zijn ok.
  • Stijl is ok.
  • Interpunctie is overwegend correct.

Klaar met het bekijken van deze toelichtingen? Ga verder met de volgende stappen van de feedback.