Feedback (FTR2) – Toelichting 2 (125)

Mens en dier in Afrika

De mensen bevolken een steeds groter deel van de wereld, en dat brengt conflicten met zich mee. Vooral in Afrika zijn er veel spanningen, en daar leven veel dieren leven die nergens anders voorkomen. Wij mensen gebruiken steeds meer ruimte, maar daarbij verdrukken we soms andere bewoners van deze aarde. Voor sommige dieren is het te laat, zij zijn nu uitgestorven. Voor andere dieren, zoals de cheeta, zwarte neushoorn, Afrikaase olifant, giraf en leeuw is het nulpunt nog niet bereikt, maar als we zo doorgaan zal dat niet lang meer duren. Die dalende lijn heeft drie oorzaken.

De eerste oorzaak is de stroperij. Veel Afrikaanse diere, zoals de zwarte neushoorn, worden gestroopt voor een product. Bij de neushoorn is dat ivoor, dat vooral in Azië bekend staat om de helende krachten die het zou hebben. Er worden daar grote sommen geld betaald voor gestroopt ivoor. En omdat de stroperij zo lucratief is, kunnnen de stropers zich steeds verder ontwikkelen.

De tweede oorzaak is het afschieten van wilde dieren door boeren die hun vee of gewassen beschermen. Omdat er dus steeds minder ruimte komt voor wilde dieren door de groeiende bevolking, komen mens en dier steeds vaker met elkaar in aanraking. Leeuwen hebben het gemunt op het vee van boeren, en om hun werk te houden, zien boeren geen andere uitweg dan deze roofdieren af te schieten. Ook bijvoorbeeld olifanten kunnen veel schade aanrichten, door dwars door een akker heen te lopen, of delen van de oogst op te eten.

De derde oorzaak is het verschaffen van vergunningen aan rijke Amerikanen of Europeaen, waarmee ze een wild dier mogen afschieten. Dit kan ook gaan over ernstig bedreigde dieren. Deze vergunningen kunnen een hoop geld opbrengen, dat de bevolking kan helpen de natuur te behouden, en hun eigen bestaan ook veilig kan stellen. Maar dan moet dit geld wel in de handen van de goede personen terecht komen.

Als de mensen en de dieren samen willen kunnen blijven leven, moeten de conflicten opgelost worden. Het afschieten moet in evenwicht zijn met de verdrukking van wilde dieren en de vernietiging van hun leegebied. Ook zijn er experimenten gedaan met honden, die getraind zijn om het vee en akkers te bewaken tegen wilde dieren, wat grote vermindering van het afschieten van wilde dieren én het doden van vee liet zien.

Toelichting 4 kwaliteitsaspecten

1. Informatie

  • De kerninformatie uit de bronnen is aanwezig in de tekst.
  • De kernideeën worden grotendeels bondig en duidelijk omschreven.
    Bijvoorbeeld: Zowel stroperij, trofeejagen als het mens-dierconflict worden toegelicht (wie, wat, hoe, waarom?). De term “trofeejagen” wordt wel niet vermeld.
  • De belangrijke aanvullende informatie uit de bronnen is grotendeels aanwezig in de tekst. Enkele ideeën komen niet voldoende duidelijk naar voren in de tekst.
    Bijvoorbeeld: Oplossing voor stroperij en trofeejagen komen niet concreet aan bod.
  • Er is geen irrelevante
  • De informatie is grotendeels correct. De elementen die niet volledig correct zijn, zijn niet storend voor het begrip.
    Bijvoorbeeld: “bij de neushoorn is dat ivoor”: de neushoorns worden gestroopt om hun hoorn, maar deze hoorn bestaat niet uit ivoor.

2. Integratie

  • De tekst heeft een overkoepelend thema.
    Bijvoorbeeld: Het overkoepelend thema wordt aangekondigd in de inleiding (dieren worden bedreigd op drie verschillende manieren) en dit wordt in de tekst uitgewerkt.
  • De informatie uit de bronnen is geïntegreerd in een tekst met een eigen structuur waarin de bronnen met elkaar in verband worden gebracht. De tekst bestaan niet uit een samenvoeging van samenvattingen van de verschillende bronnen.
  • Alle bronnen zijn verwerkt in de tekst.

3. Samenhang

  • De inhoudelijke samenhang (coherentie) en de vormelijke samenhang (cohesie) zijn goed.
  • De inhoudelijke samenhang is goed, de tekst heeft een duidelijke redeneerlijn.
  • Er is een correcte alinea-indeling.
    Bijvoorbeeld: Elke alinea behandelt een subthema.
  • Er worden ondersteunende cohesie-elementen gebruikt.
    Bijvoorbeeld: niet alleen … ook, echter
  • De inleiding zet de toon. De inleiding introduceert op een vlotte en heldere manier de tekst die volgt.
  • Het slot is vrij goed, maar kan beter.
    Bijvoorbeeld: De afsluitende alinea start met een algemeen besluit en haalt dan enkele oplossingen aan voor de problemen die eerder in de tekst besproken werden. De informatie omtrent de oplossingen is echter niet volledig.
  • Titel is vrij vaag.

4. Taal

  • Enkele taalfouten, voornamelijk slordigheden.
    Bijvoorbeeld: Afrikaase, kunnnen, Europeaen.
  • Zinsconstructie en woordgebruik zijn goed. De tekst leest vlot.
  • Stijl is ok.
  • Interpunctie is overwegend correct.

Klaar met het bekijken van deze toelichtingen? Ga verder met de volgende stappen van de feedback.