Feedback (FTR2) – Toelichting 2 (137,5)

Je hoort het regelmatig: bepaalde diersoorten worden met uitsterven bedreigd. Vooral in Afrika en Azië vormt dit een probleem. Zo waren er in 1960 nog 200000 leeuwen, terwijl dit er nu nog maar 15000 zijn. Wat is de oorzaak van dit probleem? En, nog belangrijker: zijn er oplossingen voor?

Er zijn verschilende oorzaken voor de afname van bepaalde diersoorten. Eén oorzaak ligt bij de lokale bevolking. Die laat haar vee grazen in gebieden waar veel wilde, bedreigde dieren leven. Soms graast het vee zelfs in natuurreservaten! Als er vervolgens vee gedood wordt door bijvoorbeeld een groep leeuwen, dan neemt de bevolking wraak en worden die leeuwen ook gedood. En dat veroorzaakt weer een afname van het aantal leeuwen.

Een andere oorzaak is ‘trofeejagen’: rijke mensen jagen als ‘sport’ op dieren. Dit kunnen bedreigde dieren zijn. Als het dier gedood is, worden delen van dat dier meegenomen als trofee. Het probleem is dat dit in veel Afrikaanse landen helemaal legaal is. De regering verkoopt jachtvergunningen aan derden, die hiermee het trofeejagen mogelijk maken. Er is tegenwoordig steeds meer protest tegen deze praktijken.

Als mensen niet zelf willen jagen op wild, dan kunnen ze het ook laten doen. Dat veroorzaakt de stroperij: omdat ivoor in Azië veel geld oplevert, maken stropers illegaal jacht op bedreigde dieren. Ook dit is een belangrijke oorzaak voor het uitsterven van sommige diersoorten.

Het gevolg is dat het aantal dieren van bedreigde soorten enorm is afgenomen. Dat geldt niet alleen voor leeuwen, maar bijvoorbeeld ook voor olifanten, giraffen en neushoorns. Gelukkig zijn er ook oplossingen. Eén van de belangrijkste oplossing is het inschakelen van de lokale bevolking. Die kan haar vee op andere momenten en op andere plaatsen laten grazen, waardoor er minder vee gedood wordt. Dat heeft als gevolg dat de bevolking minder bedreigde dieren doodt. Ook is het een mogelijkheid om de kuddes te bewaken met honden. Onderzoek heeft aangetoond dat er dan veel minder vee gedood wordt.

Ten slotte kunnen we de bevolking nog meer bij het natuurbeheer betrekken, door bijvoorbeeld de lokale bevolking te laten werken als ‘rangers’, die toezien op het welzijn van de dieren en proberen de stropers te bestrijden. Uiteindelijk snijdt het mes dan van twee kanten: er worden minder dieren gedood en de bevolking krijgt de kans om te profiteren van het toerisme.

Toelichting 4 kwaliteitsaspecten

1. Informatie

  • De kerninformatie uit de bronnen is aanwezig in de tekst.
  • De kernideeën worden grotendeels bondig en duidelijk omschreven.
    Bijvoorbeeld: Zowel stroperij, trofeejagen als het mens-dierconflict worden toegelicht (wie, wat, hoe, waarom?). Stroperij kan iets beter worden toegelicht, nu lijkt het alsof het enkel om ivoor gaat.
  • De belangrijke aanvullende informatie uit de bronnen is grotendeels aanwezig in de tekst. Enkele ideeën komen niet aan bod in de tekst.
    Bijvoorbeeld: De oplossing voor het trofeejagen ontbreekt.
  • De informatie is relevant en correct.

2. Integratie

  • De integratie van de bronnen is goed.
  • De tekst heeft een overkoepelend thema.
    Bijvoorbeeld: Het overkoepelend thema wordt aangekondigd in de inleiding (dieren worden bedreigd: wat zijn de oorzaken en de oplossingen?) en dit wordt in de tekst uitgewerkt.
  • De informatie uit de bronnen is geïntegreerd in een tekst met een eigen structuur waarin de bronnen met elkaar in verband worden gebracht. De tekst bestaan niet uit een samenvoeging van samenvattingen van de verschillende bronnen.
    Bijvoorbeeld: De verschillende oplossingen worden met elkaar in verband gebracht onder een overkoepelende oplossing, namelijk “het inschakelen van de bevolking”.
  • Alle bronnen zijn verwerkt in de tekst.

3. Samenhang

  • De inhoudelijke samenhang (coherentie) is goed, de vormelijke samenhang (cohesie) is ook goed, maar kan beter.
  • De inhoudelijke samenhang is goed, de tekst heeft een duidelijke redeneerlijn waardoor de informatie in de tekst goed te volgen is.
  • De alinea-indeling is grotendeels correct, maar kan beter.
    Bijvoorbeeld: De 2 laatste alinea’s behandelen beiden informatie omtrent de oplossing “het inschakelen van de lokale bevolking”. Informatie die inhoudelijk samen hoort wordt hier gespreid over 2 alinea’s.
    Bijvoorbeeld: In de voorlaatste alinea is het niet meteen duidelijk waarover de alinea zal gaan (“één van de belangrijkste oplossingen is het inschakelen van de lokale bevolking). De informatie over het aantal bedreigde dieren dat is afgenomen (met voorbeelden van welke dieren), zou op een andere plaats in de tekst verwerkt kunnen worden.
  • Er worden ondersteunende cohesie-elementen gebruikt.
    Bijvoorbeeld: een andere oorzaak, het gevolg is dat…, ten slotte.
  • De inleiding zet de toon. De inleiding introduceert de tekst die volgt. De inleiding kan echter iets duidelijker.
    Bijvoorbeeld: “Vooral in Afrika en Azië vormt dit een probleem”: door deze zin lijkt het alsof de tekst gaat over bedreigde dieren in zowel Afrika als Azië, terwijl de tekst enkel gaat over de bedreigde dieren in Afrika.
  • Er ontbreekt een duidelijk slot.
    Bijvoorbeeld: De tekst wordt afgerond met een alinea waarin de oplossingen worden voorgesteld. Deze alinea had nog gevolgd kunnen worden door een meer algemene conclusie.
  • Er is geen titel.

4. Taal

  • Weinig taalfouten. Zowel spelling als grammatica zijn goed.
  • Zinsconstructie en woordgebruik zijn redelijk goed. De tekst leest vlot. De schrijver heeft de informatie grotendeels in zijn/ haar eigen woorden weergegeven.
    Bijvoorbeeld: minder goede zinsconstructie: onvolledige zinnen door gebruik dubbelpunt.
  • Stijl is ok, maar kan beter.
    Bijvoorbeeld: minder goede stijl: gebruik van uitroeptekens.
  • Interpunctie is overwegend correct.

Klaar met het bekijken van deze toelichtingen? Ga verder met de volgende stappen van de feedback.